Jaap Meindersma

over zijn vader als conrector

Mijn vader: liet me zelf nadenken

Is het nou leuk, als je op de school van je vader zit´, wordt me nog steeds wel eens gevraagd als ik vertel wat mijn vader doet (of vanaf nu: deed). Toen vond ik het, zeker in het begin, maar matig leuk, geloof ik. Zeker een conrector heeft een boemanrol, en dat kreeg je nog wel eens uitgemeten.

Of eigenlijk ging dat meestal nog net iets anders. Ik liep door de gang aan de Slingelaan en hoorde opeens uit mijn oorhoek ‘die klote-Meindersma’.  Verrast draaide ik dan om, om meteen te constateren dat het niet om mij ging, maar dat het iemand was die net uit de gang was gevist omdat hij weer eens te laat gekomen was.

En natuurlijk, zeker in de onderbouw, was er zo af en toe wel eens iemand die toch echt veronderstelde dat je dat hoge cijfer aan je vader te danken had. Tja.

Maar het had ook andere kanten, en langzamerhand begon ik die steeds leuker te vinden. Want je hoorde nog wel eens wat, thuis, aan tafel. Interessante verhalen, een kijkje in de keuken. Leraren blijken dan net mensen te zijn. Soms hoorde je iets teveel, althans, soms was het lastig te bedenken wat je nou wel en niet ‘had gehoord’. Volgens mij zat ik in het presidium van het leerlingenparlement, toen er sprake was van samenvoeging van een aantal scholen, of een fusie met de school in Winterswijk of zoiets. Ik begreep de discussie niet helemaal en had me dat thuis uit laten leggen. Later, in een vergadering met het leerlingenparlement, probeerde ik die uitleg ook te geven. Ongetwijfeld had ik dat beter niet kunnen doen en zal ik het ook niet helemaal goed verteld hebben. Het gevolg: binnen no-time had één van mijn collega-leerlingen, wiens vader toevallig leraar op die andere school was, thuis gemeld wat ik tijdens die vergadering had verteld. En opnieuw binnen no-time wist papa weer dat ‘de zoon van de conrector heeft gezegd dat …..’. Uitleg en excuses waren geboden, geloof ik, waar ik het toen – en nu nog steeds – niet mee eens was. Maar je leert er wel van dat je niet alles overal en altijd moet zeggen, zeker als je ook ‘een andere pet op hebt’.

Ik hoorde dus nog wel eens wat, maar papa ook. Was ik de klas uitgestuurd, wist hij het vrijwel tegelijkertijd. Had ik een waardeloze overhoring gemaakt, hij wist het. Bij sommige leraren tenminste. Anderen – de meesten - maakten het onderscheid tussen Jaap, leerling in Atheneum 4 en Jaap, zoon van de conrector, gelukkig wel. En soms snapte ik ook wel dat hij de verhalen over mij net zo snel als ik hoorde. Zo presteerde ik het een keer om met mijn hoofd een lamp van het (verlaagd) plafond in de aula te meppen. Ik probeerde uit nieuwsgierigheid een kijkje te nemen bij een spannende kaartwedstrijd (in de tijd dat blufpoker in was), kon er niet goed bij, was ook een klein mannetje, en klom dus maar op een tafel, met desastreuze gevolgen. Ik geef het toe: zo´n mooi verhaal mocht je hem ook niet onthouden.

Wat ook handig leek: hij was niet alleen conrector maar ook leraar natuurkunde, niet mijn meest favoriete vak. Ik had er dus nog wel eens vragen over, en die kon ik, als ik op de valreep nog een repetitie probeerde te leren of m´n huiswerk probeerde te maken, thuis stellen in plaats van in de klas, waar ik dan weer niet op had zitten letten. Helaas zat een snel antwoord dan niet in het vat. Leraar eigen moest het een pedagogisch verantwoorde uitleg zijn, waarbij het ‘denk zelf eens goed na’ de boventoon voerde. Leuk natuurlijk, maar niet als je geen tijd meer hebt en slechts op zoek bent naar een snel antwoord.

Ach, eigenlijk viel het allemaal wel mee. En waar je mee omgaat word je mee besmet. Dat constateerden tenminste de stagiaires die ik de afgelopen jaren heb begeleid en die zuchtend achterover leunden als ik – staande voor een flap-over of white board – een uitgebreid antwoord ging geven op een toch erg simpele vraag.

 'Denk zelf eerst maar eens goed na…’, toch zo’n gekke benadering nog niet.