Rolieneke Meindersma

over haar vader als conrector

Mijn vader de conrector

Toen ik van de tweede brugklas naar drie HAVO ging, betekende dit twee dingen. Ik ging van de locatie Piet Heinstraat naar de Slingelaan, een veel grotere locatie, en mijn vader werd mijn conrector.

En van de eerste twistpunten was de fietsroute. Zodra wij samen op de fiets in Aalten aankwamen, wilde ik eigenlijk niet meer met mijn vader samen fietsen (jeugdige opstandigheid vermoed ik). Als je allebei naar een andere locatie moet, is dat ook niet zon probleem. Dan scheiden de wegen zich op natuurlijke wijze vanzelf. Maar nu hadden we dezelfde eindbestemming. Mijn vader vond zijn route de kortste en ik vond natuurlijk dat mijn alternatieve route het kortste was. Het meten van dit verschil was niet n twee drie te doen, want het ging niet alleen om kilometers maar ook om de heuvels van Aalten en de hoeveelheid kruispunten (met wachtrisico). Daarnaast ging het natuurlijk niet om het antwoord, maar om het kibbelen erover en het feit dat ik eigenlijk in Aalten niet met mijn vader gezien wilde worden. Maar goed, de afspraak dat bij de Ahavestraat onze wegen zich gingen scheiden, om elkaar na nog een minuut of vijf fietsen weer tegen te komen op het schoolplein, was in praktijk een goed werkbare afspraak.

En dan het andere punt, je vader als conrector. Thuis hadden we goede afspraken gemaakt, soms neigend richting een beetje overdreven, maar wel duidelijk. Thuis was mijn vader mijn vader, en op school mijn conrector. Dus als ik op vrijdag vrij moest zijn omdat ik naar de orthodontist moest, vulde mijn moeder een briefje in, dat ik de volgende ochtend braaf in ging leveren bij mijn vader. Of wanneer er een familiefeestje was, schreef mijn moeder het briefje, waarna ik het op school inleverde bij mijn vader. Die dan vaak met een knipoog vroeg of het echt wel nodig was dat ik naar dat feestje ging! Of ik daar nu echt een antwoord op moest geven?!?!

Gelukkig had mijn vader geen slechte leerling aan mij. Een echte brave Hendrik, nog nooit uit de klas gestuurd (want dan moest je je melden bij de conrector), geen strafwerk en slechts n keer na moeten blijven en dat was omdat de gehele klas moest nablijven. Natuurlijk zag ik hem wel eens in functie in het klaslokaal, maar dan was ik daar niet de (enige) oorzaak van. En tijdens leswisselingen kwamen we elkaar tegen. Achteraf gezien wel een beetje de krenten in de pap, want dan kreeg ik vaak een vette knipoog van hem, terwijl we elkaar zwijgend passeerden. En ik was lekker de enige die een knipoog kreeg!

Sommige leraren gingen met mij anders om dan met andere leerlingen. Zo werd mijn vriendin tijdens Wiskunde (we zaten naast elkaar achter in de klas, regelmatig te kletsen en te giebelen) er toch een aantal keren (terecht) uitgestuurd, ik moest vaker voor het bord komen om Wiskunde sommen op te lossen. Een andere leraar vond het erg leuk om de dochter van de conrector te laten blozen, want dat deed ze zo makkelijk.

En ook leerlingen reageerden niet altijd even positief. Want "Meindersma is niet leuk, dus is zij ook niet leuk" en jennen om te kijken hoe ver ze konden gaan. Maar na een paar rake verbale klappen ("ik lach jou toch ook niet uit omdat je vader timmerman is") viel dat allemaal wel mee.

Er is n incident waarbij het voor mij minder aangenaam was dat ik op de school zat waar mijn vader conrector was. Ik zat toen nog in de tweede brugklas, en dus in een ander gebouw. Maar dat bood geen bescherming. Biologieles over seksuele voorlichting. De docent vroeg welke leerlingen thuis seksuele voorlichting gehad hadden. Ik had werkelijk geen idee of ik dat gehad had, en stak dus mijn vinger maar niet op. s Avonds tijdens het avondeten viel het hoge woord. Waarom ik niet gezegd had dat ik voorlichting had gehad. "Heb ik dat dan?" was mijn reactie. "En al die avonden dan dat ik je uit dat boek heb voorgelezen, en elke keer vroeg je er weer naar!" was de reactie van mijn moeder. O, was dat seksuele voorlichting... Dat had dus lunchen in de lerarenkamer opgeleverd, de biologiedocent die aan mijn vader vroeg, waar alle andere leraren bij zaten, of hij aan zijn kinderen geen seksuele voorlichting had gegeven. Dit voorval heeft me er in ieder geval wel bewust van gemaakt dat ik op moest passen met wat ik deed en vertelde. Onbevangen op schoolkamp gaan of naar een schoolfeest gaan was er niet meer echt bij.

Achteraf bezien was het leuk, mijn vader als conrector. De knipogen in de gang maar ook meer weten over achtergronden en leraren omdat daar thuis over gesproken werd. Of ik het toen, al puberend, ook zo leuk vond is een ander verhaal. En bijles krijgen in Wiskunde van je vader was ook niet altijd een pretje, onderwijzers kunnen nu eenmaal geen lesgeven aan hun eigen kinderen. Wat ik echt spannend vond, dat was al voordat ik naar de HAVO ging, was af en toe in het weekend met mijn vader mee naar het grote, lege schoolgebouw om iets op te halen. Dat hij daar n van de bazen over was, zo'n groot gebouw en dat hij daar naar binnen mocht, dat vond ik heel wat! Een trotse dochter.

Maar er was ook sprake van een trotse vader. Bij de (toen nog) Christenlijke Scholengemeenschap Aalten was het gebruikelijk dat de conrector de puntelijsten uit deelde aan de kandidaten die voor hun examens geslaagd waren. En dus mocht hij toen ik slaagde voor mijn HAVO examens aan mij de puntenlijst overhandigen. Iedere leerling kreeg een handje ter felicitatie. Maar ik kreeg drie zoenen en een vette grijns! En pas toen ik verder liep, zag ik dat hij op zijn rug een grote foto van mij had hangen! Een foto die later langs de hele Haartseweg bleek te hangen om aan te kondigen dat ik geslaagd was. Een vader om trots op te zijn!