REISVERSLAG

Nieuw Zeeland II

23 februari
tot
18 maart

 

 

HET ZUIDEREILAND

We gaan met de veerboot over van het Noordereiland naar het Zuidereiland. Een mooie tocht van zo'n 2,5 uur, varend door een fjord en een stukje open zee. We rijden van Picton, de havenstad, via een "scenic route" (daar stikt het hier van) naar het Abel Tasman Park, waar we een driedaagse wandeling gaan doen.

ABEL TASMAN PARK

Dit park is zo populair dat er een boekingssysteem is opgezet om het aantal bezoekers te beperken, maar we hebben geluk. Helaas zijn wel alle hutten op de trek vol, zodat we naast alle kookspullen, slaapzakken en matjes ook de tent moeten meezeulen in onze rugzakken. De drie daagse wandeling loopt langs de kust aan de rand van het park met prachtige uitzichten over hagelwite stranden in de baaien en het heldere, groenblauwe water. Overigens is onze prinses Juliana beschermvrouwe van het park, blijkt tijdens een stop in het informatiecentrum. Daar hangt een groot portret van haar en van Beatrix en Claus. Om van start te gaan nemen we een watertaxi (een speedboat) naar het einde van de trek, om daarna in drie dagen het pad terug te lopen. De tocht is makkelijk te belopen, een beetje klimmen en drie keer een drooggevallen stuk oversteken dat met de vloed onder water loopt, dus dat vergt een goede timing. Zelfs met laag water staan er nog geulen vol water, dus helemaal droog over lukt helaas niet. Het lijkt wel wadlopen! 's Avonds zetten we de tent op in de buurt van de picknicktafels en maken we samen met andere kampeerders een groot kampvuur, omdat het sterk afkoelt. De tweede nacht staan we oog in oog met een "possum", een uit de kluitengegroeide kruising tussen een eekhoorn en konijn. Een niet erg geliefd beest in Nieuw Zeeland, vanwege zijn vernielende werking op de natuur (het beest is geintroduceerd vanuit Australie en daar beschermd!). En we leren dat al die platgereden beestjes, die je om de haverklap op de weg ziet liggen, "possums" zijn. Wij verdenken de Nieuw Zeelanders er van ze met opzet dood te rijden, terwijl ze er zo lief en knuffelbaar uitzien!

GLETSJERS

Het Zuidereiland heeft twee grote gletsjers, de Frans Josef en Fox. Vroeger liepen die helemaal door tot bijna aan de zee, maar langzamerhand trekken ze terug. Nu moet je een behoorlijk afstand lopen vanaf de parkeerplaats om ze te zien. Het is bewolkt vandaag, maar net achter het ijs zit een stukje blauwe lucht. We rijden naar het dorpje Fox, om daar te kamperen. 's Avonds gaan we in het dorp de gloeiwormen bekijken, die alleen in het donker te zien zijn. In het pikkedonker grijpen we naar de handreling langs het pad (je mag geen zaklamp aandoen, dan zie je ze niet meer) en zien tientallen lichtjes schijnen in het struikgewas om ons heen. Sprookjesachtig.

De volgende dag worden we wakker van opstijgende helicopters. Het blijkt dat de camping midden een gebied staat waar de rondvluchten voor de gletsjers en Mount Cook vertrekken. Maar liggend in je tentje krijg je het gevoel dat je per ongeluk midden op een landingsbaan bent gaan staan ... We gaan vandaag ook de gletsjer Fox bekijken, die veel ruiger en moeilijker bereikbaar is dan de Frans Josef. Je kunt hier veel dichter bij het ijs komen, erg imposant met blauwe verkleuring en grote spleten in het ijs. En af en toe hoor je het harde geluid van vallend ijs....

PUKEKURA, MAKARORA en de SIBERIA EXPERIENCE

Aan de westkust, een van de mooiste, ruige stukken van Nieuw Zeeland, blijven we een nacht logeren in het kleinste dorp van Nieuw Zeeland. Welgeteld 2 inwoners, de eigenaars van de bar, restaurant en hotel en tevens het enige huis in het dorp. Heerlijk rustig! Op onze volgende kampeerplek in het kleine dorpje Makarora manouvreert Jan Kees de auto dusdanig dat ie niet meer voor of achteruit kan. We staan klem door een iets te steile afdaling die Jan Kees even niet had gezien. Na even wachten vinden we iemand die zo aardig is om ons er weer uit te trekken. Het waait hier behoorlijk 's avonds en het is koud. Gelukkig hebben ze overal gemeenschappelijke keukens met verwarming, anders was kamperen eigenlijk niet meer mogelijk geweest.

In Makarora boeken we de Siberia Experience: een combinatie van vliegen, wandelen en jetboaten. Het is prachtig weer, ideaal voor een vliegtocht. We stappen met nog drie anderen in een felgeel, klein vliegtuigje, het lijkt wel speelgoed. Maar het vliegt echt en het uitzicht is schitterend. We vliegen over Mount Aspiring nationaal park, over valleien en bergen, waar je de sneeuw bijna kunt aanraken, zo dichtbij is alles. Na een half uurtje vliegen landen we op een klein veldje in the middle of nowhere .... midden in de Siberia vallei (vandaar de naam van de "experience"). Klinkt afschuwelijk, maar is erg mooi. Ooit heeft een ontdekkingsreiziger deze prachtige vallei Siberia genoemd en de indrukwekkende bergen kregen de namen Dreadful en Awful (Verschrikkelijk en Afschuwelijk). Hij moet een slechte bui hebben gehad. De piloot legt ons uit waar de wandeltocht begint, overhandigt ons een first aid kit en verdwijnt weer met zijn vliegtuigje. Daar sta je dan, zonder kaart of kompas midden in de wildernis die Siberia heet !!! Gelukkig zijn de wandelpaden in Nieuw Zeeland heel goed aangegeven en zijn lekker breed, dus dat zoeken valt wel mee. Na 3 uur lopen kwamen we uit bij een rivier, waar een jetboat ons weer mee terug nam naar Makarora. Ik (Alie) had geen idee wat jetboaten was en dacht dat het gewoon een snelle boot was. Maar de "chauffeur", Mick ("Go'day folks, my name is Mick, you better hang on") helpt ons snel uit de droom. Het gaat razendhard over een rivier van amper 50 centimer diepte. Je vloet de keien onder de boot doorgaan. Hij smijt de boot door de bochten alsof je in een achtbaan zit en doet een paar keer een draai van 360 graden om zijn as. Na zo'n draai krijg je even tijd om een foto te maken vanuit de stilligende boot en vervolgens peert hij er weer vandoor. Even schrikken, maar wel gaaf.

PUZZELWORLD

Tussen de plaatsen Wanaka en Queenstown ligt Puzzelworld, waar we een ochtend doorbrengen in het driedimensionale doolhof in de open lucht, speciaal voor volwassenen. Het doel is om zo snel mogelijk de vier torens in de hoeken te bereiken en daarna de uitgang te vinden. Valt lang niet mee, we zijn zeker drie kwartier bezig geweest om de torens te vinden en daarna via de nooduitgang naar buiten, omdat ik heel nodig naar het toilet moest. Beetje vals gespeeld, dus...

BUNGYJUMPEN

We rijden naar Queenstown. Bij een brug stoppen we om te lunchen en tegelijkertijd het bungyjumpen te aanschouwen. Niet zo hoog als je ziet wat ze sindsdien allemaal hebben bedacht: de brug is "slechts" 43 meter hoog, vergeleken met de nieuwste attractie waarbij je van een gondola aan een koord springt, 134 meter de diepte in! Voordeel hiervan is wel dat je weer omhoog getakeld wordt aan het koord, in plaats van zelf weer helemaal naar boven te moeten lopen.

DE HELD VAN DE DAG

De een na de ander springt van de brug, sommigen bang, sommigen vol overmoed. Op een gegeven moment staat er een oudere man met grijs haar klaar om te springen. Hij heet Charlie, zo blijkt uit het geroep van zijn bejaarde, Amerikaanse medereizigers vanaf het observatieplatform. Gewillig vertellen ze dat hij 74 jaar is !! Hij springt gracieus naar beneden, alsof hij een duik neemt in het zwembad. Dit maakt indruk (en zijn leeftijd uiteraard): waar nauwelijks meer wordt omgekeken naar elk ander die na de grote sprong terug naar boven sjokt, krijgt Charlie een grandioos onthaal. Iedereen op het platform klapt en juicht hem toe, 4 dames staan hem op te wachten met de camera in de aanslag, mensen slaan hem op de schouders en hij wordt omhelst door talloze vrouwen, jong en oud. Omringd door deze trouwe supporters (die hem totaal gek vinden maar eigenlijk ook wel trots op hem zijn) krijgt hij zijn bungyjump-herinnerings-t-shirt en loopt hij richting toerbus. Hij is de held van de dag, dit zal hem de rest van zijn leven heugen. En ons ook! Fantastisch dat je dat nog durft op je 74e. Alsof ook de bungyjumporganisatie beseft dat deze sprong niet meer te overtreffen is, sluiten ze de brug en nemen een half uurtje pauze. Tijd om naar Queenstown te rijden.

En voor al diegenen die zich afvragen waarom wij niet gesprongen hebben: we hebben besloten te wachten tot we 74 jaar zijn ...

QUEENSTOWN

Queenstown is de geboorteplaats van allerlei gekke outdoor activiteiten. Het bungyjumpen is hier bedacht, evenals het jetboaten. Verder kun je hier elke denkbare activiteit doen en meer. Het gekste dat we gezien hebben heet "Fly by Wire" en bestaat uit een open vliegtuig dat een grote gelijkenis vertoont met een raket, waar je op je buik inligt. De raket hangt aan een touw en beschikt over een motor (kwaliteit grasmachine) zodat je de sensatie hebt van 'echt zelf vliegen'! Je krijgt er een geinig pakje bij aan met een helm op. Ongelooflijk duur en nogal dom om te zien. Speciaal voor mensen met een superman-complex. Of je kunt gaan "zorbing", dit is een grote ronde plastic bal waar je instaat/ligt en mee de heuvel afrolt. Dit kan naar wens in een natte of droge versie. Hoe verzin je het ... Wij gaan echter ook mee in de adrenaline-rush (het is aanstekelijk) en gaan 'lugen'. Je krijgt een helmpje op je hoofd, gaat in een klein, open karretje zitten (een bak op vier wielen) en dan heel hard de berg af. Het lijkt op rodelen, maar dan zonder sneeuw. 's Middags gaan we Queenstown in en op zoek naar een matje voor Jan Kees, want zijn luchtbed heeft het definitief begeven en moet herhaaldelijk 's nachts bijgeblazen. Het lukt helaas niet, dus weer een slapeloze nacht tegemoet.

MILFORD SOUND

Milford Sound is een van de fjorden in het zuidelijke deel van het eiland, waar de kliffen steil in het water duiken en je prachtig met een boot doorheen kunt cruisen. Dat gaan we uiteraard doen. Helaas staat Milford Sound ook bekend om de vele zandvliegjes, een ware pest zodra je uit de auto stapt. Gelukkig valt het mee zolang je in beweging blijft, of vaart. Op de rit ernaartoe wordt tijdens een stop onze huurauto aangevallen door kea's, een onogelijke Nieuw Zeelandse papegaai. Ze blijken een voorliefde te hebben voor de rubberen strips langs de ramen van de auot; die vreten ze in notime kapot. In vijf minuten (de tijd die nodig is om foto's van ze te maken) hebben ze al behoorlijk wat schade aangericht. Gelukkig is het al een oude rammelbak... De boottocht is prachtig, de zon schijnt gelukkig (heel bijzonder, het regent hier 200 dagen per jaar!) en we zien zelfs zeehonden in het water. Terug in Te Anau lukt het eindelijk om een nieuw matje voor Jan Kees te kopen, die de laatste nachten bijzonder oncomfortabel heeft gelegen. De volgende dag in Te Anau hebben we een rustdag (eindelijk !) en lopen heel relaxed een stuk van de Kepler track, een van de populaire tochten in het Zuiden. Dit stuk is zonder heuvels of bergen, dus lekker Nederlands plat. Op het strandje waar we lunchen zitten helaas hordes ongenode gasten in de vorm van zandvliegjes die gemeen bijten, dus echt lang genieten is er niet bij. Maar goed dat we al eerder hadden besloten de Kepler trek niet te gaan lopen (want de weersvoorspelling is niet zo best). In Te Anau bezoeken we nog snel het Wildlife Center, een nogal grootse naam voor het handjevol inheemse vogels, eenden en ganzen die er te zien zijn. Nog steeds geen kiwi gezien, helaas. Daar zullen we een keer 's nachts voor op pad moeten, want het schijnen nachtvogels te zijn.

CATLINS

We rijden in twee dagen van de Westkust naar de Catlins, een streek aan de Zuidkust van het Zuidereiland. In de Catlins stoppen we bij Curio Baai, waar een 180 miljoen jaar oud versteend bos ligt op het strand. Na miljoenen jaren met lagen zand en lava en nieuw bos bedekt te zijn geweest, zijn de fossiele boomstammen weer te zien doordat de zee de bovenlagen heeft weggespoeld. Heel apart gezicht. Een andere attractie zijn de Kathedraal Grotten: 2 enorme uitgesleten grotten aan de kustlijn die met elkaar verbonden zijn. Om er te komen, moet je wachten tot het eb is. Dat is het bijna als wij er zijn, maar de zee is nogal stormachtig dus we moeten regelmatig op hogergelegen stenen springen om het droog te houden. Ook dit is spectaculair om te zien: de grotten zijn echt van kathedraal-proporties, enorm groot. Die nacht is het voor het eerst zo koud dat we besluiten in een backpackershotel te overnachten, in plaats van onze tent. Op onze zoektocht naar een hotel worden we getipt over een strand waar zeeleeuwen zitten waar je vlakbij kunt komen. Een prachtgezicht, die grote beesten in de ondergaande zon. We zijn helemaal gelukkig, want het is wel bijzonder om zo dichtbij te kunnen komen. Het lijkt wel of alles hier gereguleerd is, de meeste observatiepunten voor zeehonden, pinguins of wat dan ook zijn op grote afstand om de dieren niet te storen. Goed uitgangspunt natuurlijk, maar voor ons wel een beetje jammer.

Dit is het tweede deel van het reisverslag van Nieuw Zeeland, welke eindigt in het meest zuidelijke punt van het Zuidereiland. De volgende keer meer over onze reis terug naar Middle Earth (oftewel het Noordereiland).