| NAIROBI - NGONG HILLS
Na een lange vlucht met tussenstop in Londen arriveerden we 's morgens vroeg
op 2 juni in Nairobi. Door zowel reisgids (de Lonely Planet, welke anders...) als andere reizigers gewaarschuwd voor de vele gevaren van Nairobi
(beter bekend als "Nairobbery"), waren we voldoende afgeschrikt om direct een
taxi naar Whistling Thorns te nemen, een camping buiten Nairobi in de Ngong
Hills. Wel een beetje duur (NLG 100,--), maar zeer de moeite waard. De camping heeft een restaurant en een zwembad en we hebben daar heerlijk een
paar dagen geluierd.
|
 |
Eén dag hebben we gewandeld in de Ngong Hills, op jacht naar zebra's en herten. Helaas, die bleken veel stiller en voornamelijk ook
veel sneller dan wij zwaarvoetige Nederlanders. Wel gezien, geen foto kunnen
nemen als bewijs. Verder het onvermijdelijke bezoek aan het Karen Blixen
Museum, gevestigd in de woning van Karen Blixen in de Ngong Hills. Een dame
die ons rondleidde lepelde in een razend tempo alle wetenswaardigheden op
die met name met de film te maken hadden, en niet zozeer met Karen Blixen
zelf. Robert Redford bleek haar grote favoriet. Er bestaat nu een klein
stadje genaamd Karen, waar heel veel blanken wonen. Gezien het heerlijke
klimaat vanwege de hogere ligging, begrijpen wij dat heel goed.
|
|
| OP SAFARI
Het luieren al weer beu, gingen wij in Karen telefonisch op zoek naar een
goede aanbieder van safari's, op zoek naar het echte Afrika-gevoel. Die vonden wij bij Savuka safari en travels, een maatschappij die zeer driftig
reclame maakt maar ook erg goedkoop is, vergeleken met de anderen.
De volgende dag werden we om half 9 's morgens opgehaald door het safaribusje van onze camping buiten Nairobi (goede service, dan hoefden we
tenminste niet die grote, gevaarlijke stad op eigen houtje in). In Nairobi
aangekomen hebben we betaald en konden we in een ander busje overstappen,
waar al drie anderen in zaten: een Amerikaans meisje en een stel uit Polen. Geen van allen ging het zelfde doen, de enige overeenkomst waren de eerste
drie dagen Masai Mara. De overige 4 dagen zouden wij met z'n tweeën zijn.
Wij hadden gekozen voor een safari van 8 dagen in meerdere parken, aangezien
je dan wat van het land ziet (die parken liggen niet dicht bij elkaar) en je
beter de verschillen kunt zien tussen de parken. Dat bleek een goede keuze.
Ons programma was: 3 dagen Masai Mara, 1 dag park Nakuru, 1 dag lake Baringo
en Bogoria en dan de laatste 3 dagen naar Samburu.
|
 |
| De safari was fantastisch, we hebben ongelofelijk veel dieren gezien. We
reden in een wit Nissan mini-busje waarvan het dak omhoog kon, zodat je staand het wild kunt zien. |
 |
| Het is net alsof je in een enorm grote dierentuin rondrijdt.Vooral in de Masai Mara was dat gevoel heel sterk, omdat het
landschap daar heel open is zodat je van verre al de zebra's, giraffes en
olifanten kunt zien staan. |
 |
| Verder hebben we gezien cheeta, jakhals, hyena, vosjes,
gazelles, wildebeest, leeuw en nijlpaard. |
 |
| We hadden gekozen voor een camping-safari, en die was net buiten het park in
de Masai Mara. Maar nog wel binnen het Masai Mara gebied, zodat ook daar de
apen en gazelles rondlopen. |
 |
|
 |
| Op een middag hebben we gewandeld met de Masai, naar een heuveltop waar je
een prachtig uitzicht had op de omgeving. Daar aangekomen vertelde de gids
een heel fijn verhaal over een olifant die op exact datzelfde pad liep als
waar wij nu liepen, die 2 Britse soldaten had vermoord die op safari waren.
De soldaten waren blijkbaar te dichtbij gekomen en de olifant had een kleintje die ze verdedigde. |
 |
Dat zijn wel de betere verhalen als je daar zelf ook verblijft. Gelukkig bleef onze ontmoeting met wilde dieren in de camping
beperkt tot apen. Ons was verteld dat de camping-safari "basic" zou zijn,
met geen warm water en een tent. Die tent bleek een houten hutje met
daarbinnen een soort legergroen zeildoek gespannen, met 2 bedden!! Dat is best luxe, in onze eigen tent slapen we op hele dunne matjes. We hadden
zelfs een eigen douche en toilet in het hutje, zij het dat er geen warm water is. Maar je wordt nergens zo wakker van als van een koude douche om 6 uur 's morgens (ja ja, je moet vroeg opstaan als je wat wilt zien in Afrika). |
 |
| Het park Nakuru, waar we alleen naar toe gingen, bleek veel meer groen en
parkachtig van opzet, met een enorm meer in het midden met duizenden flamingo's. Hier hebben we witte neushoorns gezien. |
 |
| Op het meer Baringo hebben we een boottochtje gemaakt, waar we een
nijlpaardenfamilie dusdanig verstoorden, dat papa-nijlpaard achter ons aan
racete. Wij waren vol bewondering dat hij zo snel kon zwemmen, maar het bleek gewoon heel ondiep dus hij rende over de bodem. Gelukkig hadden wij
een motorboot. |
 |
| Bij het meer Bogoria zijn geisers en warme bronnen te zien. Daar kwam een
enorme stoom vanaf, wat een soort sauna-effect had. Er zat een Indiase familie (er zijn heel veel Indiase mensen in Kenia) lekker van de sauna te
genieten. |
 |
| Samburu is een park dat wat meer naar het noorden ligt, boven Nairobi. Het is
hier veel heter, stoffiger en rommeliger dan in de andere parken. Wel veel
meer zoals wij ons Afrika eigenlijk voorstelden. Het wild was hier veel moeilijker te zien door de vele struiken en bosjes. |
 |
| Een fantastisch moment was de vechtende olifanten (of spelen, dat was een beetje moeilijk te zien).
Ze vechten met hun slurf, en knotsen met de slagtanden tegen elkaar.
|
 |
| NAIROBI - KISUMU
Na de safari zijn we door onze chauffeur netjes afgezet bij een hotel in
Nairobi, vlakbij het busstation. Daar hebben we boodschappen gedaan en alvast tickets gekocht naar
Kisumu, een stadje bij Lake Victoria. Daar willen we Kakamega Forest bezoeken, een tropisch regenwoud waar je zelf in
kunt rondwandelen. In Nairobi hebben we ook nog even onze mail gecheckt: maar liefst 21 mailtjes ontvangen!! Fantastisch, blijf vooral mailen.
Geen tijd meer om iedereen terug te mailen, want het werd al donker en gezien de waarschuwingen (zie hiervoor) werden we al een beetje zenuwachtig. Met een strak gezicht, een flinke pas in onze bergschoenen en de geldbuidel veilig weggestopt, renden we weer terug naar ons hotel. Vreemde sensatie om
zo angstig te zijn voor iets wat misschien kan gebeuren, maar misschien ook wel niet. Soms zijn de verhalen al lang niet meer de werkelijkheid, maar wij
voelden geen aandrang om dat te gaan uitzoeken.
In Kisumu hebben we een hotel uit de Lonely Planet gezocht. De eerste was in renovatie, dus dat ging niet door. De tweede was wel open, en zag er aardig
uit. Na een bezoekje aan de stad en prijzen vergelijken van wasserijen, besloten we zelf op onze kamer de was te doen. De prijzen liggen heel hoog
(2 gulden voor 1 onderbroek), wat ons steeds weer verbaasd, gezien de toch niet zo hoge levenstandaard van veel
Kenianen. |
|
| Op onze kamer aangekomen bleek ineens de deur muurvast te zitten, we konden er niet meer uit. Zelfs
na veel geschreeuw en geklop kwam er niemand helpen. Het werd al donker en inmiddels werden we toch wel een beetje zenuwachtig. Jan Kees had zijn survivalmes al in de aanslag om het slot open te draaien (niet dat dat wat zou opleveren, maar dan doe je in ieder geval iets), tot we op het briljante
idee kwamen om iemand op straat te roepen. Dat gedaan, kwam er inderdaad eindelijk iemand van de receptie, die moeiteloos de deur opende. Bleek
alleen lam aan onze kant. |
 |
Enfin, kamer gewisseld, na grondige inspectie van het slot, met als voordeel dat we nu wel licht op de kamer hadden (hier en daar waren gewoon geen
gloeilampen aanwezig).
Toch nog gewassen, lijntje gespannen in de kamer en daarna op zoek naar eten.
Jan Kees had een heel leuk tentje gezien waar je buiten kon zitten, Motherlands Café.
Na onze bestelling duurde het eindeloos voor het eten kwam, en toen pas zagen we dat we de enigen waren die eten besteld hadden. Op enig moment kwam
de kok gestressed langslopen (in een soort witte doktersjas), wat ons niet echt gerust stelde. Ik werd een beetje zenuwachtig of de deur van het hotel
eigenlijk nog wel zo laat open zou zijn.
Na een uur wachten kwam het dan eindelijk en het was heerlijk. Verse Tilapiavis voor mij en oude, taaie koe voor Jan Kees.
Nu zitten we in een internet café met twee computers en een Indiase man die alles afweet van illegale handeltjes en
"how to make money". Op dit moment zit hij Jan Kees allerlei handeltjes aan te praten en te klagen over de
criminaliteit in Kenia. Onze digitale camera wil hij graag hebben, anders wordt die toch maar gejat. Hij snapt niet dat we een jaar gaan reizen
terwijl Jan Kees goud geld kan verdienen in Kenia met het maken van websites. En het feit dat we getrouwd zijn is helemaal uit den boze.
Morgen (16 juni) gaan we naar Kakamega Forest, een tropisch regenwoud met veel vogels waar je zelf kunt rondwandelen. Daarna waarschijnlijk naar
Mombasa, naar de kust om te snorkelen.
|
|
KAKAMEGA FOREST
Het Kakamega Forest is het enige tropische regenwoud in Kenia en ligt in het
westen, richting de grens met Uganda. Daar wilden we een paar dagen gaan
wandelen. In onze reisgids hadden we een hotel uitgezocht (Rivendell
Gardens) met een aantal banda's (kleine hutjes) die nogal duur waren, maar
je kon er ook goedkoop kamperen. We hebben onze tent tenslotte niet voor
niets meegenomen!
Na een telefoontje naar het hotel om te informeren hoe we er precies moesten
komen, werd aangeboden door de manager dat hij wel een auto naar Kisumu kon
sturen om ons op te halen. Nou, graag !
De tocht zou een uurtje duren. Na anderhalf uur wachten nog geen auto te
zien en na twee uur wachten werden we toch echt ongeduldig en hebben we nogmaals het hotel gebeld. De manager wist ook niet wat er aan de hand was,
maar raadde ons aan dan toch maar op eigen gelegenheid met het openbaar vervoer te komen.
|
 |
OP WEG NAAR HET HOTEL
Op het busstation namen we een zogeheten "matatu", een unieke ervaring in
Kenia. Het is een minibusje met volgens Nederlandse standaard 12 zitplaatsen. Maar in Kenia werkt
het systeem volgens het principe "er kan er altijd nog eentje bij", dus gaan er minstens 18 personen in en dat kan
oplopen tot 24 personen, inclusief kinderen, tassen, onze rugzakken, levende
have (kippen), en enorme zakken met fruit of rijst.
Wij moesten er eigenlijk wel vreselijk om lachen, maar na langer dan een uur
opgepropt te hebben gezeten, vergaat het lachen je wel. Daarbij stopt de
matatu overal waar mensen staan, en die vele stops moeten in tijd weer gecompenseerd worden zodat je op de rechte stukken ongelooflijk hard rijdt.
Er is door de regering een poging gedaan om dit systeem van de minibusjes te
reguleren, maar dat is niet gelukt...
Uiteindelijk kom je dan misselijk van het abrupte stoppen en weer optrekken,
de penetrante benzinelucht en totaal verkrampt aan, maar het is wel goedkoop
! Vanaf daar hadden we de keus om een fietstaxi te nemen(een gewone herenfiets waar je dan op een dekje achterop kunt zitten en die mannetjes
maar trappen ...) of met een pickup truck richting hotel, dat een beetje uit
de bewoonde wereld lag. Wij kozen toch maar voor de pickup truck. Buiten de
grote routes zijn de wegen heel slecht, vaak zandpaden met stenen erin die,
als het een beetje regent, veranderen in een grote modderbaan. Al hotsend en
botsend in de truck werden we afgezet bij de splitsing, vanwaar het nog 1,5
kilometer lopen was naar het hotel.
|
|
RIVENDELL GARDENS
Daar aangekomen bleek dat de auto in Kisumu bij het verkeerde hotel had staan wachten. Helaas...
Verder bleek ook dat het hotel was overgenomen door een broederorde, de brothers of St. Charles
Lwanga. De oorspronkelijke eigenaren, een Zweeds stel, waren net een maand geleden
vertrokken naar Zweden en hadden het hotel en bijbehorend terrein overgedaan
aan de broeders. Zij hadden het plan opgevat om er een soort retreat van te
maken voor broeders en zusters, die een beetje bij moeten komen van hun werk. |
 |
Maar ook toeristen zijn nog steeds welkom, omdat die natuurlijk geld
opleveren. We werden ontvangen door een ontzettend aardige, nog vrij jonge
broeder Solomon, die voorheen met straatkinderen had gewerkt en leraar was
op de lokale lagere school. Nu was hij aangesteld op het terrein als farmer,
want ze hebben een groentetuin die door de Zweden was opgezet. De oogst is
nu bestemd voor het weeshuis dat de broeders hebben opgezet in het dorpje
Kakamega. |
 |
Het was een heel mooi opgezet huis, met een grote veranda die
uitkeek over de bossen en heuvels van het Forest. Heerlijk stil en rustig,
ideaal dus voor een rustpauze voor ons en als retreat lijkt het ook zeer
geschikt. 's Avonds ontmoetten we dan eindelijk onze chauffeur, die de baas
bleek van de broerders. Hij bracht de plaatselijke priester, Benedict, mee
en een man in opleiding tot priester, zeg maar een soort hulppriester (we
kennen de termen niet, als niet-katholieken). |
 |
| Met hen hebben we de hele avond heel informatief gesproken, over de situatie
in Kenia en hoe we in Nederland omgaan met kwesties als euthanasie en
homosexualiteit. Voor ons was het eigenlijk de eerste keer dat we wat meer
leerden over de politieke en economische situatie in Kenia, die niet goed
is. De president Arap Moi is al 20 jaar aan de macht en is een soort dictator. De regering is corrupt, en verrijkt zichzelf ten koste van de
gemiddelde Keniaan. Medische zorg en ziekenhuizen zijn alleen toegankelijk
wanneer je geld hebt. En Aids is een zeer grote bedreiging ... Op dit moment
is het onder de bevolking in Kenia een taboe om over Aids te praten en dat
verslechterd de situatie alleen nog maar. |
 |
| Wij hebben die avond hutspot gekookt voor de broeders en priester, met een
van thuis meegebrachte rookworst. Dat viel zeer in de smaak, tenminste, we
werden erom geprezen. Maar misschien waren ze wel gewoon beleefd ...
|
 |
BEZOEK AAN MIS EN PROJECTEN VAN BROEDERS
De volgende dag was het zondag, en zijn we samen met de baas van de broeders, broeder Patrick, naar de mis geweest die werd gehouden door de
lokale priester Benedict die wij gisteren ontmoet hadden . Het was een bijzondere viering, die zoveel mensen trok dat ze niet in de kerk pasten
maar moesten uitwijken naar het grasveld naast de kerk. Kom daar in Nederland nog eens om ! |
 |
We konden uiteraard niets van de dienst verstaan,
maar het was wel erg leuk om te zien. Er was een koor bij die op die typisch
afrikaanse manier voorzongen, en er waren een soort dansmariekes die het
show-effect verhoogden. Tijdens de collecte vroeg een man achter Jan Kees om
geld, wat hij daarna volgens de broeders niet in het mandje deed, maar gauw
in zijn eigen broekzak stopte. Na de dienst kwam hij ons nogmaals omstandig bedanken en de hand schudden, en nu begrijpen wij ook waarom !
Na de mis was er een processie door het dorp, waar we ook in meeliepen. Na
de dienst werden we uitgenodigd voor de lunch met de priesters en de broeders in de pastorie. Daar hebben we onder meer "ugali" gegeten, een
mengsel van maismeel en water. Niet erg smakelijk, maar ze waren wel heel
gastvrij.
Na de lunch liet broeder Patrick ons zijn seminarie zien, waar ze les geven
aan leerlingbroeders, en hun kindertehuis in Kakamega. Dit is een tehuis
voor dakloze jongens, die hier wonen en naar school gaan en training krijgen
voor een beroep zoals bijvoorbeeld timmerman.
De broeder reed allerberoerst, elke kuil in de weg werd net niet omzeild en
na een bijzonder slecht stuk wegdek begaf de oude jeep het ineens. Gelukkig
waren we vlakbij een garage, daar bleek dat de as kapot was gegaan. Wachten
dus, op de reparatie of op een nieuwe jeep, dat was ons niet helemaal duidelijk. Uiteindelijk bleek dat de as tijdelijk weer provisorisch gelast
was, dus konden we verder, terug naar het hotel.
De avond hebben we samen met broeder Solomon TV gekeken, de soap The Bold
and The Beautiful, waar hij verslaafd aan is. De ontvangst was enorm slecht
en de serie loopt daar twee jaar achter op Nederland, maar het was heel gezellig.
|
|
BEZOEK AAN LAGERE SCHOOL
De volgende dag had Alie diarree, vergezeld met buikkrampen. Later in de
week kreeg ook Jan Kees last van diarree. Toch nog een uitstapje gemaakt,
naar een dorpje in de buurt, samen met broeder Solomon. We liepen langs een
lagere school, en Solomon nam ons daarmee naartoe. De hele school was in rep
en roer toen we aan kwamen lopen, alle kinderen liepen uit hun klaslokaal.
We werden ontvangen door het hoofd van de school, die ons daarna rondleidde.
De kinderen zijn beter gedrild dan in Nederland; toen het hoofd "goodmorning" zei, stonden alle kinderen netjes op, en riepen
"goodmorning teacher". Op zijn vraag "how are you" riepen ze "we are fine" in koor. Het
hoofd zei toen "sit down" en hun gezamenlijke antwoord was "thank you teacher". Daar stonden wij toch wel van te kijken.
Maar toen we even later op het grasveld stonden te praten, bleken ze toch
minder gedisciplineerd dan we dachten. Ik had mijn fototoestel gepakt, en
daarop kwamen allerlei kinderen naar buiten rennen. Toen ik toestemming had
gevraagd, en een foto wilde nemen, kwamen ze allemaal naar buiten gerend.
Het werd een complete chaos, maar wel erg grappig. Na omstandig te hebben
bedankt en onze excuses voor de storing die we hadden veroorzaakt, vertrokken we weer.
De rest van de tijd heeft Alie ziek op bed gelegen, en Jan Kees is nog een
dagje alleen op pad geweest met broeder Salomon en een andere, hele oude
broeder van 69 jaar, die nog slechter reed dan broeder Patrick. De tocht
ging naar het regenwoud, en daarna naar een weeshuis gerund door een Braziliaanse zuster die 100 kinderen in de opvang had. Dat is wel heel
schrijnend om te zien.
|
|
WANDELING DOOR REGENWOUD
Weer iets beter vandaag, dus met zijn tweeën per fietstaxi naar het beginpunt van het regenwoud. Daar hebben we ongeveer anderhalf uur onder
begeleiding van een gids rondgewandeld. Volgens Jan Kees rook de gids naar
drank, en dat terwijl het pas 12 uur was ! Ik vond hem ook al wel wat eigenaardig lopen...
Maar hij wist wel veel te vertellen over de vele planten en bomen en waar ze
voor worden gebruikt (veel medicinale werkingen).
Op de terugweg werden we overvallen door een enorme hoosbui, maar gelukkig
konden we schuilen bij iemand in zijn eigen huisje (in de woonkamer volgestouwd met meubels) die ook net op weg was gegaan. De mensen hier in de
omgeving zijn zo ontzettend vriendelijk, zonder dat ze iets van je willen.
Dat is na het commerciële safariwezen een hele verademing.
|
|
KAKAMEGA - MOMBASA
In twee dagen zijn we per bus van het regenwoud, via Nairobi, naar Mombasa
gereisd. Mombasa ligt aan de kust van Kenia, en de temperatuur ligt beduidend hoger dan in de heuvels van het westen van Kenia.
Daar hebben we het Fort bezocht, dat in de 15e eeuw door de Portugezen is
gebouwd bij de ingang van de haven. Verder hebben we in de oude stad gewandeld, waar de sfeer heel Oosters aandoet. In vroeger tijden was dit een
grote handelspoort waar goederen uit het Midden-Oosten en Arabië werden
verscheept. |
 |
| Veel kronkelstraatjes en mosliminvloeden te zien. Helaas was het zondag, en
waren de meeste winkeltjes dicht. |
 |
FILM
In Mombasa zijn we naar een Indiaase film geweest, "Lagaan". Voor de film
begon, werd eerst het nationale volkslied gespeeld, waarop alle mensen gingen staan. Dat ging volkomen automatisch en heel serieus. Wij waren
helemaal verbijsterd, zoiets hadden we nog niet eerder meegemaakt. Stel je
voor dat in Nederland elke film zou beginnen met het Wilhelmus !
De film duurde vier uur lang, en barstte van de moraal. Lagaan is de naam
van een belasting ,die in de koloniale tijd door de Britse overheersers werd
opgelegd aan de boeren. In de film komen de lokale boeren in opstand tegen
een verhoging van die belasting, waarop ze ineens gedwongen zijn een cricketwedstrijd tegen de Britten te spelen. Als ze winnen, wordt de
belasting vrijgescholden en als ze verliezen, moeten ze drie keer zoveel
betalen. Het grappige was dat de zaal, vrijwel geheel bestaand uit Indiaase
mensen, volledig meeging in de film; als de Indiers in de film een punt scoorden in de cricketwedstrijd, klapte de hele zaal mee. Het ging enigszins
aan ons voorbij, omdat we niets van cricket afweten en de spelregels niet
snappen. Uiteindelijk overwon natuurlijk het Indiaase volk, en werden de
Britten verslagen. Goed en slecht was heel duidelijk vertegenwoordigd.
Halverwege de film begonnen de hoofdrolspelers ineens te zingen, bleek het
een soort musical te zijn ! Prachtig. De bioscoop zelf was nogal brak, maar
wel heel groot. Wij zaten op het balkon, de beste plaatsen volgens de kaartjesverkoper, vlak onder de draaiende ventiloren aan het plafond. Al met
al zeer de moeite waard, voor slechts NLG 4,-- per persoon.
In Mombasa hebben we bij een drogist uiteindelijk toch maar een antibioticakuur gekocht voor onze nog steeds aanhoudende diarree. Na vijf
dagen zou het helemaal over moeten zijn.
|
|
DIANI BEACH
Tijd voor zelfverwennerij, om van de diarree en de verkoudheid van Alie af
te komen; we gaan in een wat luxer hotel dan normaal eens even lekker bijkomen. Het hotel is op aanraden van kennissen van Alie (dank je wel,
Robert), en slechts een uurtje per matatu en stukje veerboot van Mombasa
verwijderd. |
 |
| Daar hebben we heerlijk geluierd, gezonnebaad, gezwommen en beetje
gesnorkeld (niet echt veel te zien, het koraal is merendeels weggeslagen
door de nasleep van El Nino in 1997) en Nederlandse romannetjes gelezen (alleen Alie uiteraard), die daar in het zogenaamde animatiekantoortje
lagen. |
 |
| Ook daar hebben we een weeshuis bezocht, opgezet door een Nederlandse uit
Zevenaar, die getrouwd is met de zoon van de hoteleigenaar. Het tehuis zag
er goed uit, stevig gebouwd en biedt opvang voor 15 kinderen in de leeftijd
van 2 tot 16. Er was een Nederlands echtpaar bezig met het opzetten van een
moestuin, voor eigen gebruik en deels verkoop. Sommige kinderen zijn geen
wees maar mishandeld door hun ouders, en sommigen hebben hun ouders verloren
aan aids. Het is ons door Yvonne, de Nederlandse vrouw die ons meenam, wel
duidelijk geworden dat het opzetten van zo'n weeshuis lang niet meevalt, er
zijn allerlei regels en wettelijke toestanden aan verbonden. Maar wel een
ontzettend goed initiatief.
vervolg |
 |