| NAAR VIETNAM
De internationale trein vanuit Kunming blijkt een lange stoet
chineze wagons met zitplaatsen te zijn en 1 Vietnameze wagon waar
alle buitenlanders in zitten. We hebben een vierpersoons soft
sleeper coupe, die we delen met een Duits meisje met een Iers
accent. Zij vertelde dat ze in Amerika eens 3 uur is ondervraagd
door de douane vanwege dit fenomeen (ze dachten dat ze lid was van
de IRA). De grensovergang van China-Vietnam gaat zeer gesmeerd. We
hoeven de trein niet uit, de beambten komen binnen om de
paspoorten te halen en weer terug te brengen. In Vietnam gaat dit
gepaard met een verzoek om 5 dollar voor het zetten van de
stempel. We doen maar net of we dit niet begrijpen, waarop ze weer
afdruipen. Onze eerste ervaring met "officials" in
Vietnam !
HANOI
Hanoi
is absoluut tegenovergesteld aan China. Veel minder auto's, heel
veel meer brommertjes die van links, rechts, voor en achter je
langs komen scheuren. Viezigheid op straat, hier wordt alleen 's
nachts geveegd. En de eerste "sight" die we zien als we
uit het taxibusje stappen dat ons samen met drie andere toeristen
van het station naar het hotel brengt, is een oude vrouw die
uitgebreid zit te plassen op de stoep. We kijken recht in haar
kruis. Dat lijkt helaas wel weer op China ... Verder is het de
drukte, lawaai, geur en algehele indruk van een Aziatische stad.
De dag na aankomst checken we in een ander hotel dat is aanbevolen
door een tante van Jan Kees en veel gezelliger en vriendelijk is
dan het backpackers hotel van de eerste nacht. 's Avonds hadden we
dat bekeken en leek het een heerlijk rustig straatje, maar overdag
transformeert de straat in een grote openlucht groente- en
vismarkt, waar brommertjes met veel getoeter doorheen ploegen.
Ons eerste doel is een visum voor Laos. Daarvoor hebben we
nieuwe pasfoto's nodig. Ergens op de stoep zien we een fotograaf
zitten die naast portretten ook pasfoto's maakt. Dat willen we
wel. We worden in een plastic tuinstoel op de stoep gezet, twee
mannetjes achter ons houden een blauw kleed vast als achtergrond
en de vrouw van de fotograaf gaat met haar brommertje naar een
ontwikkelcentrale om de foto's af te drukken. Twintig minuten
later komt ze weer terug, de negatieven zitten netjes samen met de
foto's in het zakje ! We lopen heen en weer tussen ambassade en
consulaat (blijkt afgebroken) en weer naar de ambassade. Daar zit
een hele vriendelijke meneer, die onze aanvraag direct verwerkt en
een half uurtje later staan we weer buiten met ons visum en een
krant uit Laos. Nog nooit zo snel en soepel een visum gehaald. 's
Avonds eten we Thaise barbecue, een combinatie van barbecue en
fondue. Erg lekker en tot onze verrassing eten ze hier ook met
stokjes. Ik dacht dat ze dat alleen in China deden. Gelukkig zijn
we de kunst inmiddels meester.
De volgende dag worden we wakker met regen, de groentemarkt
onder ons balkon ziet er verpieterd uit. Voordeel is wel dat er
beduidend minder brommertjes op de weg rijden, dan is het
makkelijker lopen zonder gevaar overreden te worden. Vanwege het
weer gaan we naar het Revolutionair museum, iets dat we in China
al steeds van plan waren maar wat niet gelukt was. Het bleek een
zeer eenzijdige weergave van de historische feiten vanaf de
oprichting van de Communistische Partij in 1930. De oorlog met
Amerika was ook in beeld gebracht (voornamelijk foto's). De
onderschriften maken melding van de Amerikaanse
"puppet-soldaten" die samen met de
"puppet-regering" in Zuid-Vietnam de werkers en boeren
onderdrukten. Veel aandacht was voor patriotistische gebaren van
Zuid-Vietnamezen die de oorlog van Noord-Vietnam ondersteunden.
Ironisch genoeg is het revolutionair museum gevestigd in een oud
Frans koloniaal gebouw.
AANKOMST VADER VAN JAN KEES
Vandaag komt Bouke, de vader van Jan Kees, aan in Vietnam, die
twee weken met ons gaat meereizen. We halen hem op op het
vliegveld. Het is ongeveer een uur rijden met een minibus naar dit
fonkelnieuwe complex, zo nieuw dat we dat we in eerste instantie
niet eens het restaurant kunnen vinden. Uiteindelijk vinden we het
op de derde etage weggestopt in een hoek. Na een uitermate vieze
kop Vietnameze koffie kunnen we Bouke opwachten bij de uitgang en
gaan we met de minibus terug naar de stad. Ingecheckt in het
hotel, thee drinken op het balkon, bijpraten en de meegebrachte
kadootjes uit Holland uitpakken. Heerlijk om weer eens een
Nederlandse krant en bladen te lezen.
WANDELTOCHT DOOR BINNENSTAD HANOI
De
beste manier om Hanoi te verkennen is te voet. We volgen een
wandeltocht uit de Lonely Planet reisgids waar je door allerlei
ambachtstraten loopt. De Vietnameze straatnaam geeft aan wat die
ambacht is (geweest): koper, tin, hout, bamboe, kruiden,
instrumenten, zijde, leer etc. In de koperstraat kopen we een gong
en in de zijdestraat vergaap ik me aan de mooie zijden jasjes die
je hier op maat kunt laten maken voor weinig geld. Bouke heeft een
boekje over Vietnam bij zich van Dolf de Vries, voormalig acteur
van voornamelijk doktersrollen (Medisch Centrum West, Onderweg
naar Morgen). Hij schijnt zijn beroep aan de wilgen te hebben
gehangen en schrijft nu reisboeken met titels als "Vietnam in
een rugzak". In dit boekje beschrijft hij een bezoek aan een
Railway restaurant, waar Bouke ook graag naar toe wil. Gelukkig
makkelijk te vinden, dankzij de handige adressenlijst achterin het
boek. Zou hij er commissie voor krijgen ?!? Het restaurant stelt
weinig voor, elk half uur wordt het gesprek onmogelijk gemaakt
door de (inderdaad vlak naast het huis) voorbij razende treinen.
Grappig is wel dat je door de keuken het restaurant binnenkomt. We
waren de enige gasten (later kwam een groep Russen binnen), naast
ons een tafel met dikke boeken erop waar twee meisjes de
boekhouding aan het doen waren. In de andere hoek zat de zoon des
huizes televisie te kijken. Alsof je in iemands huiskamer zit. 's
Avonds bezoeken we een voorstelling van poppen op het water, een
kunstvorm die is ontstaan in de waterrijke rijstvelden (sawa's).
Tijdens de voorstelling worden diverse scenes uit het dagelijks
leven op de rijstvelden uitgebeeld. Erg goed uitgevoerd en
vermakelijk om te zien.
OME HO
We brengen een bezoek aan voormalig president van
Noord-Vietnam, Ho Chi Minh, die in een enorm mausoleum ligt midden
in Hanoi. Ome Ho, zoals hij bij de Vietnamezen bekend staat, heeft
in zijn testament aangegeven gecremeerd te willen worden. Maar
daar hebben ze destijds (1969) lak aan gehad. We lopen stevig door
(zijn een beetje laat) maar worden verwezen naar een kantoortje
waar we onze rugzakken en camera's moeten afgeven. Erg grondig
zijn ze niet, want eenmaal in het mausoleum laat Bouke zijn camera
zien die nog gewoon in zijn jaszak zit. Daarna mogen we nog steeds
niet naar binnen: we moeten bij een groepje gaan staan, even later
mogen we lopen en passeren we een metaaldetector. Helaas, Jan Kees
heeft zijn zakmes aan zijn broek hangen en moet terugrennen naar
het kantoortje om dat alsnog af te geven. Net als bij Mao worden
we in rijen van 2 opgesteld en binnengemarcheerd. Naast de kist
staan 4 militairen in de houding. Ho zag er redelijk uit, minder
geel dan Mao. Maar het voelt wel een beetje als Madame Tussaud. We
lezen in de gids dat hij elk jaar 3 maanden voor een opknapbeurt
naar Rusland gaat.
Achter
het mausoleum is het presidentieel paleis te zien (overblijfsel
uit de koloniale tijd) en twee huizen waar Ho Chi Minh gewoond en
gewerkt heeft. Op hetzelfde terrein is het Ho Chi Minh Museum,
maar dat was helaas al dicht toen we aankwamen. Dan maar naar de
waterkant, Hanoi heeft een aantal meren die wel de moeite waard
zijn. Soep gegeten in een visrestaurant waar een groep Vietnamezen
rumoerig dronken zat te wezen. 's Avonds hebben we Bouke ingewijd
in het eten met stokjes bij ons restaurant met Thaise barbecue.
HALONG BAY - CAT BA EILAND
Cat
Ba is een van de duizenden eilanden in Halong Bay, gelegen voor de
kust van Vietnam in de Golf van Tonkin. De eilandjes liggen
verstrooid in het water en lijken erg op het Karstgebergte in Zuid
China. Een brakke minibus en een nog brakkere boot brengen ons in
5 uur van Hanoi naar Cat Ba. Het is heerlijk om het drukke Hanoi
te ontsnappen, hier is geen lawaai van te veel brommertjes en
mensen. Aan de kade worden we belaagd door hotelmannetjes, het is
laagseizoen en geen lekker weer dus weinig toeristen. De prijzen
lopen terug tot 3 dollar voor een prachtige kamer voorzien van
glaswand met uitzicht op het water.
We boeken een toer door Cat Ba National Park onder leiding van
een lokale gids. 's Morgens worden we elk achterop een motor gezet
om de 15 kilometer naar het park af te leggen. Na een half uurtje
komen we er weer af, met kramp van de onwennigheid en een natte
broek van de regen. Onze gids heet Quan Khai en is 43 jaar. Hij is
overtuigd christen, zo vernemen we al bij de eerste stop. Ook
vertelt hij dat hij bootvluchteling was, in 1989 in een klein
bootje met 20 personen naar Hong Kong. Daar heeft hij 6 jaar in
een kamp gezeten (wel goed eten, meldt hij erbij) en is daarna
teruggekeerd naar het eiland. Hij is "sad" vanwege de
grote hoeveelheid "zonde" die in Cat Ba heerst deze
dagen. Het is niet duidelijk waar die zonde precies uit bestaat,
maar we vermoeden de toenemende commercialiteit en bijbehorende
oplichterspraktijken. Daar blijkt hij zelf ook niet vies van,
blijkt later tijdens de tocht. Maar eerst maken we een moeizame
tocht door het park, veel op en neer klauteren over stenen omgeven
door een dicht woud.
We
lunchen in een dorpje bij de oom van de gids (zo blijft het in de
familie), waar we een klein kindje blij maken met een oranje
ballon, compleet met kroontje erop. Dit valt zeer goed in de
smaak. Het dorp is zeer traditioneel met lemen hutjes en bij elk
huisje een waterput. Dit zal ongetwijfeld in de toekomst
veranderen want ze zijn bezig een verharde weg te maken van het
dorp naar de baai, zodat boten ook bij laag water kunnen
aanleggen. Omgekeerd kunnen dus ook goederen en toeristen
makkelijker in het dorp komen, waardoor hun leven snel zal
veranderen. Vooralsnog moeten we half over de stenen, half door de
modder lopen om het klaarliggende bootje te bereiken die ons terug
zal brengen naar Cat Ba. Deze boot blijkt bestuurd te worden door
de zoon van de gids ...
Onderweg
bezoeken we een eiland met (tamme) apen, waar we niet, zoals de
gids aan ons voorstelde, 10.000 dong p.p. aan hem betalen maar
slechts 7.000 dong (1 gulden/?? euro) rechtstreeks aan de
parkwachter. Dat valt ons wat tegen van onze christelijke broeder.
Teruggekomen wassen we de modder van onszelf en van kleren en
schoenen en gaan 's avonds vis eten in ons hotel. Spotgoedkoop,
oesters voor 5 gulden en een krab voor 4,50. Bouke zit nog steeds
te hannessen met de stokjes, gelukkig mag je krab met je handen
eten.
BOOTTOCHT DOOR HALONG BAY
We
gaan per toeristenboot door Halong Bay terug naar Hanoi. Weer
vroeg uit de veren want de boot vertrekt om 8 uur. We
"cruisen" door de vele eilandjes, dik ingepakt gezeten
op het dek van de heerlijk rustig varende boot. Op het eind van de
tocht komt er zelfs een bleek zonnetje door het wolkendek. We
hadden alleen de boot geregeld, dus werden we voortdurend
aangesproken door de gidsen om ook de toeristenbus naar Hanoi te
nemen, dat kon geregeld worden voor 3 dollar extra. Dat vonden we
te duur, dus namen we zelf een lokale bus naar Hanoi. In de bus
werd een show opgevoerd door de bijrijder over (uiteraard) geld.
We hadden 30.000 dong (2 dollar) afgesproken maar eenmaal in de
bus wilde hij 40.000 p.p. hebben en ook nog eens 40.000 voor de
tassen, die op de achterbank 2 plaatsen in beslag namen. Dat
weigerden we, dat had hij maar meteen moeten zeggen. Daarop
dreigde hij ons uit de bus te zetten (de chauffeur nam echt even
gas terug), waar wij zeer laconiek op reageerden want er reden
heel veel busjes op dat traject. Toen konden de onderhandelingen
beginnen. De hele bus genoot mee, onder luid gelach maakten we het
rond op 100.000 dong voor 3 personen en tassen.
NINH BINH
De enige manier om snel en comfortabel naar de omgeving van
Ninh Binh te komen (een toeristisch gebied 100 kilometer ten
Zuiden van Hanoi), is met een bus vol dagjestoeristen. Onderweg
wordt er gestopt om koffie te drinken, maar stiekem bedoeld om ons
souvenirs aan te smeren die op lange tafels liggen uitgestald.
Voordat we in Ninh Binh stoppen bezoeken we twee tempels die
gewijd zijn aan koningen uit een grijs verleden. Op zichzelf
aardig om te zien, andere bouwstijl dan we tot nog toe gezien
hebben in Nepal en China. Daarna bleek dat ze eigenlijk de
toeristische route wilden volgen naar de tweede attractie van de
dag, Tam Coc. En of we het erg vonden dat de bus ons dan pas
daarna om 4 uur zou afzetten in Ninh Binh. Beetje jammer dat ze
zulke dingen niet gewoon van te voren vertellen. Maar goed, we
wilden toch al naar Tam Coc dus dan maar met de groep mee. Tam Coc
wordt aangeprezen als Halong Bay tussen de rijstvelden, waar grote
rotsformaties tussen de rijst opduiken. Je kunt er met een bootje
op de Ngo Dong rivier doorheen varen, waarbij je zelf door een
aantal grotten heenvaart. Daar gingen we, 2 man in een bootje, in
een enorme karavaan want het is een toeristenattractie van
jewelste.
"Toeristtrap",
staat dan zo mooi in de reisgids. Daar waar je als toerist in de
val wordt gelokt. En dat bleek ook het geval: op de heenweg konden
we genieten van de mooie omgeving, op de terugweg werden we
lastiggevallen door snackverkopende bootjes en zelfs je eigen boot
peddelaar probeerde haar borduurwerk aan je te slijten. In elk
bootje zag je toeristen of omringd door tafelkleden of stug voor
zich uitkijkend om vooral de verkopers te negeren. Het leek wel
een tafelkleedjes-maffia! Bij het uitstappen werd vervolgens een
fooi geeist door de peddelaar, al hadden we van te voren al een
gigantische entreeprijs betaald. Dus niet!
PHAT DIEM
Bussen
zijn ook niet alles, hebben we gisteren gemerkt. We willen graag
ons eigen tempo kunnen bepalen en wat meer van de omgeving zien,
dus huren we brommers van het hotel. We vragen er een helm bij,
wat hier in Vietnam nauwelijks wordt gedragen. Wij voelen ons er
wel veiliger door. Dat "veilige gevoel" wordt echter te
niet gedaan door het feit dat ik geen achteruitkijkspiegels heb.
De eigenaar vond dat blijkbaar onnodige luxe. Achterom kijken doet
hier ook niemand, een ander moet maar oppassen dat ie niet tegen
je aanrijdt. Vrolijk toeterend voegen wij ons in het drukke
Vietnameze verkeer. Via binnendoorweggetjes bereiken we onze
bestemming, de kathedraal in Phat Diem. Onderweg passeren we een
marktje, waar Jan Kees een betelnoot proeft bij een oud vrouwtje
met, voor zover ik kan zien, nog maar 1 tand in de mond die ook
nog eens pikzwart is. Geen goede reclame voor haar produkt... De
stukjes betelnoot worden gemengd met limoen en in een blad gepakt.
Daar kauw je dan op en na veelvuldig gebruik (zoals het oude
vrouwtje) verkleuren je tanden van roodbruin naar zwart. Een
enorme menigte verzamelde zich om ons heen en moest hard lachen
toen Jan Kees de bittere noot proefde, vieze gezichten trok en het
achter een struikje uitspuugde. De architectuur van de kathedraal
bestaat uit een mengelmoes van katholiek en
Vietnamees/boedhistische bouwstijlen. Helaas was de kerk niet
open. Terug reden we via een andere route, waar we onder meer
stopten bij een oorlogsgraf met tientallen kruizen en graven van
strijders uit de Franse en Amerikaanse Oorlog. We spraken een
familie die bij het graf van hun vader stond en daar wierook
brandde. Hij was gestorven aan het front in Zuid-Vietnam in 1968.
Even verder rijden we langs een gewone begraafplaats, die in
Vietnam gewoon tussen de rijstvelden in ligt. Vlak langs een graf
is een man met os bezig om een veldje te ploegen. Geen hek
eromheen, geen nette paden, zomaar midden in het veld.
JEEPTOCHT DOOR NOORD-VIETNAM
We hebben een jeep toer geboekt van 6 dagen, waarbij we een
rondje Noord Vietnam doen in een Russische (!) jeep. De eerste dag
begint slecht: zowel Bouke als wij verslapen ons en moeten heel
haastig douchen en aankleden om om 7 uur 's morgens te vertrekken.
De nog jonge chauffeur, Dung (spreek uit als Zoem) spreekt tot
onze verbazing redelijk Engels. De jeep blijkt niet russisch maar
van Vietnameze makelij, met onderdelen uit Korea. Maar of dat
betrouwbaarder is weten we niet. Het regent als we Hanoi
uitrijden. Na een lange dag in de jeep op soms zeer slechte wegen
(en deze dag zou de weg nog goed zijn, dat belooft wat voor de
rest van de tocht!) komen we laat aan in Bac Ha, de eerste
overnachtingsplaats. Het hotel dat de chauffeur voor ons kiest
vinden we te duur, bij de buren kunnen we ongeveer voor de helft
een kamer krijgen. Het is koud en regenachtig in Bac Ha, de
straten zijn getransformeerd in blubberbanen zodat we een spoor
van modder achterlaten in restaurant en hotel. De volgende dag
begint met een bezoek aan een markt in Can Cau, dicht tegen de
Chineze grens. De weg loopt sterk omhoog de bergen in en ook hier
is het weer mistig en koud. De markt wordt druk bezocht door de
inwoners van de vele bergdorpjes en waar je ook kijkt zie je de
kleurige kleding van deze bergvolken, de Flower Hmong. Nog niet
aangetast door massatoerisme giechelen de jonge meisjes hulpeloos
als Jan Kees in zijn beste Vietnamees (?!?!) een tas wil
aanschaffen, met als resultaat dat het meisje haar eigen tasje
afstaat en aan ons verkoopt. Ook hier is het weer glibberen en
glijden, want de marktkraampjes staan op een heuvel in de modder.
De grootste drukte vormt zich in een hoek van de markt, waar
jerrycans vol worden getankt met de lokale specialiteit,
eigengestookte rijstwijn. Wij kopen ook een halve liter (je moet
zelf een lege fles verschaffen), het blijkt ongelooflijk sterk
spul. Na de markt rijden we door naar Sapa, waar het ook weer koud
is en heel mistig. We hebben tijd om ook de markt daar nog even te
bekijken, maar dat is veel toeristischer en minder origineel. De
verkopers (ook hier weer in traditionele dracht) zijn veel
aggresiever: bij het vertonen van enige belangstelling voor een
kussenhoes word ik in een hoek gedreven tot ik het ding
uiteindelijk maar koop om van de dames af te zijn. Ongelooflijk
hoe snel het weer kan omslaan in de bergen. We rijden Sapa uit met
dichte mist en zodra we de Tram Ton pas oversteken (de scheidslijn
tussen twee weerfronten) zie we slechts mistflarden in het dal en
en zowaar een zonnetje. De route is prachtig, alhoewel de weg
steeds slechter wordt zodat we heen en weer slingeren in de jeep.
We passeren bergtoppen, slaperige dorpjes waar de honden midden op
de weg liggen te slapen en aan de kant maiskorrels liggen te
drogen op stukken zeil. We rijden stapvoets dwars door een
zondagsmarkt in een dorpje, waar links en rechts van ons
minderheden in fel gekleurde kleding hun inkopen doen. In Binh Lu
mogen we even uit de auto, waar een marktje is met mensen die
alweer anders gekleed gaan. Hier hebben ze de meest extravagante
hoofddeksels op, eentje lijkt zelfs wel een koplamp! Je kunt
merken dat er niet zo vaak auto's langskomen op deze route, overal
langs de weg wordt druk geschreeuwd en gezwaaid door kinderen. Op
de momenten dat we ergens stoppen staat er in een mum van tijd een
hele horde kinderen en mensen om ons heen. Jan Kees maakt goede
sier met de digitale camera, door foto's van ze te nemen en dan
dichtbij te lokken om te kijken naar zichzelf op het schermpje.
Dat blijft leuk, kinderen zijn ontzettend nieuwsgierig.
VOORBEREIDINGEN VOOR TET FESTIVAL
Onderweg merken we steeds meer dat het Tet Festival er aan
staat te komen, het Nieuwe Jaar van Vietnam dat dit keer op 13
februari begint en drie dagen duurt. In die periode is bijna
iedereen vrij, behalve onze chauffeur, zo vertelt hij meermaals
tijdens de tocht. We zien regelmatig trucks, auto's en brommers
voorbij rijden met een bloeiende tak achterop. Elk huis wordt
versierd met een bloeiende tak of boom, net als bij ons de
kerstboom tijdens Kerst. Ook onze chauffeur moet er een
aanschaffen, hij heeft telefonisch opdracht gekregen van zijn
vrouw uit Hanoi. Net als in Nederland zijn ook hier de bomen
goedkoper in het buitengebied dan in de stad ! Na veel kiezen en
keuren koopt hij maar liefst twee bloesemtakken, die op het dak
van de auto worden gebonden. De volgende dag komt daar nog een
vracht van 14 kilo levende kippen bij, die op de bumper kleven in
een rieten mand. Wij zijn allang blij dat wij ze niet vast hoeven
te houden op de achterbank. Op onze vraag waarom hij zoveel koopt,
legt hij uit dat het voor de hele familie is. De laatste nacht
slapen we in een paalwoning in Mai Chau, bij een familie van 4
generaties (wat wij dachten dat een tienermeisje was, blijkt een
vrouw van 25 met een zoon van 5 en een werkschuwe vent, en haar
grootouders wonen bij haar in. Zij runt het guesthouse en
restaurant). In het woongedeelte worden muskietennetten opgehangen
en de grootvader spant netjes een laken tussen onze slaapmatten en
die van Bouke. Zelf slapen ze ook op de grond in de kamer. De
volgende ochtend wordt de zoon van 5 naar school gebracht met het
papieren hoedje op zijn hoofd dat Bouke gisteravond voor hem
gevouwen heeft van een bladzij uit Hervormd Nederland. Ook de
oranje Maxima-ballon (meegebracht uit NL) viel zeer bij hem in de
smaak. Vandaag rijden we terug naar Hanoi, na een laatste
tussenstop bij een dorpje waar we de weg kwijt raken tijdens een
wandeling en onder de moddervlekken uiteindelijk weer in de auto
stappen. We checken weer in hetzelfde hotel in dezelfde kamers
(blijft er nooit es iemand anders slapen ?) en genieten van een
lekkere warme douche en lekker eten.
AFSCHEID VADER JAN KEES
De laatste dag met Bouke besteden we aan het shoppen van
souvenirs en bezoeken we tussendoor nog een tempel van de
Literatuur. Van Chineze origine, dus voor ons bekend terrein. We
nemen afscheid van een zwaar bepakte pappa: we hebben hem een tas
vol met spullen en souvenirs meegegeven, maar tijdens het
inchecken blijkt hij al bijna aan de maximum van 20 kilo te
zitten. We zijn benieuwd of alles meekomt naar Nederland!
HOI AN
Vanuit Hanoi gaan we snel door naar Hoi An, een toeristisch
plaatsje aan de kust van Vietnam. We hebben Hanoi inmiddels wel
gezien en zijn het slechte weer (vooral de kou) behoorlijk zat. De
dag van vertrek regent het alweer, dus onze beslissing is goed. In
Hoi An brengen we lekker veel tijd door aan het strand, hangend in
een strandstoel waar je in mag zitten als je iets besteld bij het
kioskje. In de oude binnenstad is een Franse straat met oude
koloniale gebouwen. Een van de gebouwen in open voor publiek, de
eigenaar woont er met zijn gezin en spreekt nog vloeiend Frans. Op
de bovenverdieping is een altaar ingericht voor de grootvader die
anderhalf jaar geleden overleden is. Op het altaar staan tussen
allerlei lekkernijen en drank zijn bril en zijn paspoort, zodat
hij terug kan komen om zijn familie te bezoeken. Op een spijker
aan de muur hangt zijn hoed, naast zeker 20 vlaggen en rouwkransen
die door vrienden en familie zijn gegeven en die 3 jaar lang
bewaard blijven. Zijn kleinzoon leidt ons rond en vertelt dat de
overleden opa voor de Zuid Vietnameze regering heeft gewerkt en in
1975 na de overwinning van de communisten uit Noord Vietnam, 10
jaar gevangen heeft gezeten. Na zijn vrijlating is hij naar
Amerika vertrokken met 2 zonen, maar in 1995 teruggekomen is naar
Vietnam om er te sterven. We trekken een dag uit op de gehuurde
brommer naar de Marmeren Bergen, een verzameling van grotten,
tempels en uitzichtpunten op een berg die, zoals de naam al doet
vermoeden, geheel bestaat uit marmer. Ook maken we een toer naar
My Son, een intellectueel en religieus centrum uit de Cham periode
(2e t/m 15e eeuw). De planten hebben de ruines voor een groot deel
overwoekert, zodat niet alles meer goed te zien is. Verder hebben
de Amerikanen hier nogal huisgehouden tijdens de oorlog, zodat er
van sommige tempels alleen een hoopje stenen is overgebleven. Hier
bleek de digitale camera zijn laatste adem te hebben geblazen,
blijkbaar toch een keertje te vaak laten vallen. Helaas, vanaf nu
geen mooie foto's meer om de verhalen op de website te
begeleiden...
TET FESTIVAL
Op de avond voor Tet is het enorm druk op de straten van Hoi An
en gaan alle winkels vroeg dicht: de vakantie kan beginnen ! Later
op de avond klinkt in de straten van de oude stad een kabaal van
tromgeroffel en bekkens. Volgens traditie is er een optocht
onderweg van een mythische draak, gevormd door kinderen gekleed in
fel gekleurde outfits onder een drakenkop. Deze draak gaat rond om
geld te vragen aan winkels. Er worden roodgekleurde enveloppen
uitgedeeld, die de volgende avond in een zelfde optocht weer
worden opgehaald. Het geven van geld aan de draak (of eenhoorn)
geeft geluk voor het nieuwe jaar. Ondertussen is de acrobatiek van
de draak (ze klimmen op elkaars schouders en maken er een
spektakel van) vermakelijk voor het publiek, bestaande uit
Vietnamezen en toeristen.
NIEUWJAARSDAG
"Chuc Mung Nam Moi", hoor je overal deze morgen.
Oftewel Gelukkig Nieuwjaar. De ober die ons bediend tijdens het
ontbijt ziet er moe uit. Hij heeft weinig geslapen na alle
festiviteiten van gisteravond, geeft hij prompt toe. Brood is er
niet vandaag, alle winkels zijn dicht. Dan maar een pancake.
Vervolgens vergeet hij onze bestelling zodat we bananenshake
krijgen in plaats van een fruitsalade. Maar dat geeft niet,
eigenlijk voelen we ons beschaamd dat we deze mensen voor ons
laten werken tijdens de belangrijkste vakantie van het jaar. 's
Avonds bezoeken we de kermis voor vakantievierende Vietnamezen. In
het midden van het centrum van Hoi An is een terrein afgezet waar
elke avond iets te doen is. We waren nieuwsgierig geworden en
lopen op het drukbezette terrein, stampvol Vietnamezen en een
doodenkele toerist. Het is een mengsel van tentoonstellingen van
tekeningen, houtsculpturen, foto's etc., karate/judo wedstrijden
met jury, een goochelaar die later op de avond verandert in een
bingomaster en een heuse, ouderwetse kermis met attracties als
ballen gooien, visje vangen en een marmotrace.
KLEDING OP MAAT ?!?
In Hoi An kun je goedkoop kleding laten maken en we kunnen de
verleiding niet weerstaan. Jan Kees bestelt een driedelig pak, een
overjas en drie zijden overhemden (voor als ie weer aan het werk
moet!). Vier dagen later komen we op het afgesproken tijdstip
terug, zeer benieuwd hoe het eruit ziet. Helaas, het is nog niet
klaar. Of we om 6 uur 's avonds maar weer terug willen komen. Nee,
dat willen we niet, de volgende dag vertrekken we en als er iets
aangepast moet worden, gaat het niet meer lukken om de boel te
versturen naar Nederland. Na veel heen en weer gepraat wordt het
dan anderhalf uur later. Dan blijkt tijdens het passen dat het
jasje te slobberig is, de broek te krap en alle overhemden een
maat te groot in schouders en mouwen. Niet het beloofde maatwerk
dus. Na enig aandringen ("I think is oke") wil ze het
dan wel vermaken. 's Avonds komen we weer terug. De jas en broek
is goed, maar de overhemden blijven te groot. Voor 15 dollar per
overhemd niet acceptabel. De vrouw is het daar niet mee eens en
beschuldigt Jan Kees van "moeilijk doen". Jan Kees
besluit daarop maar 1 overhemd mee te nemen van de 3, de rest was
toch nog niet betaald. In plaats van toe te geven dat ze verkeerd
gemeten heeft, geeft ze de schuld aan de klant. Dat is wel heel
slechte service! Dat het niet alleen aan deze zaak ligt, blijkt
als een bloesje dat ik 's middags heb besteld na 3 keer passen en
vermaken nog steeds ongelijke mouwen heeft. Ook dat wordt een
lijdensweg. Uiteindelijk ben ik achterop de brommer naar het
naaiatelier gebracht waar ze het echte werk doen. Ergens achteraf
in een steegje gevestigd, in een soort schuurtje met 5 ouderwetse
naaimachines op tafels. De cheffin zag meteen wat het probleem was
toen ik het bloesje nogmaals aantrok en in 5 minuten was het
verholpen.
NEDERLANDS KOKEN
De vrouw van de fietsen en brommerverhuur, Huong, nodigt ons
uit om bij haar te komen ontbijten en lunchen. We snappen eerst
niet waarom, maar zijn blijkbaar weer eens te achterdochtig want
ze vindt het gewoon leuk om mensen te ontmoeten en voor ze te
koken. Het is allemaal erg lekker en gezellig, want het is heel
vrijblijvend en iedereen loopt in en uit in de woonkamer, die
direct aan de straatkant grenst. Om iets terug te doen en omdat we
al zo lang in restaurants eten, gaan we Nederlands voor haar en
haar familie koken. We doen boodschappen op de markt, wat een uur
duurt omdat we de prijzen niet kennen en overal moeten afdingen.
We maken bloemkool, appelmoes, stoofpot met vlees, aardappelen,
wortel, ui, tomaat etc. en sla met ei, tomaat en komkommer. Echt
Nederlands dus en je kunt het hier allemaal op de markt krijgen!
Maar we eten wel met stokjes, want bestek heeft Huong niet... Het
eten is geen onverdeeld succes: de stoofpot vonden ze wel
redelijk, de appelmoes werd alleen gewaardeerd door de zoon. We
hadden ook blikjes Heineken bier op de kop getikt, en dat werd aan
iedereen geschonken: op een gegeven moment zagen we een buurmeisje
van rond de 6 jaar met een van de blikjes in de handen, tot onze
grote hilariteit! Huong vond het bier niet lekker (te bitter) maar
haar 12-jarige dochter wel: ze kreeg het overgebleven blikje om de
volgende dag op te drinken. Blijkbaar is het hier gewoon dat
kinderen bier drinken ?!? Het was wel erg gezellig en we hebben
zelf heerlijk gegeten van ons Nederlandse maal.
HUE
In Hue treffen we Bouke weer, die bezig is met een toer door
Indochina. We eten met hem in een restaurant gerund door
doofstommen, waar ze de meest fantastische flesopener hebben die
we ooit gezien hebben (gewoon een plankje met een schroef erdoor).
Die krijgen we als souvenir mee. De volgende dag ontmoeten we de
Baobab groep, want we kunnen mee op een dagtripje naar een pagoda
en twee graftombes van voormalige keizers. Dat lijkt ons wel eens
leuk, zo'n Nederlands groeps uitje. De lokale gids, die verplicht
meemoet op dit soort groepsreizen, spreekt allerberoerdst engels,
zodat niemand zijn uitleg kan volgen. De Nederlandse reisleidster
vertaalt voor ons. Bij de graftombes houdt hij een verhaal over
"Muslims", waarmee hij Mausoleum bedoelt maar niemand
begrijpt het. Als eindelijk iemand vertwijfelt uitroept wat hij
toch bedoeld met muslim en duidelijk wordt dat het mausoleum is,
klinkt er een zucht van opluchting door de bus. De tombes zijn
groots opgezet en indrukwekkend, vooral de tweede tombe van keizer
Khai Dinh, prachtig gedecoreerd met mozaiek van stukjes glas en
porcelein. 's Middags gaan we met zijn drieen naar de Citadel,
waar het voormalig keizerlijk paleis heeft gestaan (ook al
verwoest in de Amerikaanse oorlog, tijdens het Tet offensief).
Eigenlijk is het vooral een groot grasveld, met hier en daar een
bordje waarop staat wat er vroeger gestaan heeft.
DMZ-TOER
Als je aan Vietnam denkt, komt de oorlog met Amerika vrij snel
in je gedachten. Daar hebben we tot nu toe niet veel van gemerkt,
maar er zijn in heel Vietnam nog wel overblijfselen van die
oorlog, naast uiteraard musea over die periode. Vandaar dat we een
toer boeken om de Gedemilitairiseerde Zone te bekijken, het gebied
waar de scheidslijn is gemaakt tussen Noord en Zuid Vietnam. De
tocht voert via Rockpile, een berg waar een US marine uitkijkpost
gevestigd was, naar Khe Sanh combat base, waar zwaar gevochten is.
De hele omgeving is hevig gebombardeerd door de Amerikanen, die
een aanval van de Noord-Vietnamezen op de basis verwachtte. De
omgeving van de basis is nog steeds heel kaal, langzamerhand (na
ruim 30 jaar !!) begint de begroeiing weer terug te komen. Daarna
gingen we naar Vinh Moc, wat ons betreft het hoogtepunt van de
trip. In dit plaatsje aan de kust van Vietnam hebben de bewoners
een ondergronds tunnelcomplex gegraven van 2,8 kilometer lang,
varierend van 12 tot 23 meter diep onder de grond. 700 mensen
hebben hier vier jaar lang gewoond, in die tijd zijn er 17
kinderen geboren in een hospitaal van 2 bij 2 meter. De tunnels
zijn ongeveer 1,5 meter hoog, dus we kunnen er gebukt in lopen.
Helaas worden we er in veel te korte tijd doorheen gejaagd, bijna
geen tijd om tot je door te laten dringen hoe het moet zijn
geweest in 1966. Het ruikt er muf en het is nat op het diepste
niveau, waar je op het strand uitkomt. Aan de lange gangen liggen
"kamertjes" van 1 bij 2 meter, waar de gezinnen woonden.
Onvoorstelbaar. Tot zover Vietnam, op 23 februari zijn we
overgestoken naar Laos. Meer daarover in het volgende reisverslag.
|