REISVERSLAG

VIETNAM

20 januari
tot
23 februari

 
NAAR VIETNAM

De internationale trein vanuit Kunming blijkt een lange stoet chineze wagons met zitplaatsen te zijn en 1 Vietnameze wagon waar alle buitenlanders in zitten. We hebben een vierpersoons soft sleeper coupe, die we delen met een Duits meisje met een Iers accent. Zij vertelde dat ze in Amerika eens 3 uur is ondervraagd door de douane vanwege dit fenomeen (ze dachten dat ze lid was van de IRA). De grensovergang van China-Vietnam gaat zeer gesmeerd. We hoeven de trein niet uit, de beambten komen binnen om de paspoorten te halen en weer terug te brengen. In Vietnam gaat dit gepaard met een verzoek om 5 dollar voor het zetten van de stempel. We doen maar net of we dit niet begrijpen, waarop ze weer afdruipen. Onze eerste ervaring met "officials" in Vietnam !

HANOI

BrommersHanoi is absoluut tegenovergesteld aan China. Veel minder auto's, heel veel meer brommertjes die van links, rechts, voor en achter je langs komen scheuren. Viezigheid op straat, hier wordt alleen 's nachts geveegd. En de eerste "sight" die we zien als we uit het taxibusje stappen dat ons samen met drie andere toeristen van het station naar het hotel brengt, is een oude vrouw die uitgebreid zit te plassen op de stoep. We kijken recht in haar kruis. Dat lijkt helaas wel weer op China ... Verder is het de drukte, lawaai, geur en algehele indruk van een Aziatische stad. De dag na aankomst checken we in een ander hotel dat is aanbevolen door een tante van Jan Kees en veel gezelliger en vriendelijk is dan het backpackers hotel van de eerste nacht. 's Avonds hadden we dat bekeken en leek het een heerlijk rustig straatje, maar overdag transformeert de straat in een grote openlucht groente- en vismarkt, waar brommertjes met veel getoeter doorheen ploegen.

Ons eerste doel is een visum voor Laos. Daarvoor hebben we nieuwe pasfoto's nodig. Ergens op de stoep zien we een fotograaf zitten die naast portretten ook pasfoto's maakt. Dat willen we wel. We worden in een plastic tuinstoel op de stoep gezet, twee mannetjes achter ons houden een blauw kleed vast als achtergrond en de vrouw van de fotograaf gaat met haar brommertje naar een ontwikkelcentrale om de foto's af te drukken. Twintig minuten later komt ze weer terug, de negatieven zitten netjes samen met de foto's in het zakje ! We lopen heen en weer tussen ambassade en consulaat (blijkt afgebroken) en weer naar de ambassade. Daar zit een hele vriendelijke meneer, die onze aanvraag direct verwerkt en een half uurtje later staan we weer buiten met ons visum en een krant uit Laos. Nog nooit zo snel en soepel een visum gehaald. 's Avonds eten we Thaise barbecue, een combinatie van barbecue en fondue. Erg lekker en tot onze verrassing eten ze hier ook met stokjes. Ik dacht dat ze dat alleen in China deden. Gelukkig zijn we de kunst inmiddels meester.

De volgende dag worden we wakker met regen, de groentemarkt onder ons balkon ziet er verpieterd uit. Voordeel is wel dat er beduidend minder brommertjes op de weg rijden, dan is het makkelijker lopen zonder gevaar overreden te worden. Vanwege het weer gaan we naar het Revolutionair museum, iets dat we in China al steeds van plan waren maar wat niet gelukt was. Het bleek een zeer eenzijdige weergave van de historische feiten vanaf de oprichting van de Communistische Partij in 1930. De oorlog met Amerika was ook in beeld gebracht (voornamelijk foto's). De onderschriften maken melding van de Amerikaanse "puppet-soldaten" die samen met de "puppet-regering" in Zuid-Vietnam de werkers en boeren onderdrukten. Veel aandacht was voor patriotistische gebaren van Zuid-Vietnamezen die de oorlog van Noord-Vietnam ondersteunden. Ironisch genoeg is het revolutionair museum gevestigd in een oud Frans koloniaal gebouw.

AANKOMST VADER VAN JAN KEES

Vandaag komt Bouke, de vader van Jan Kees, aan in Vietnam, die twee weken met ons gaat meereizen. We halen hem op op het vliegveld. Het is ongeveer een uur rijden met een minibus naar dit fonkelnieuwe complex, zo nieuw dat we dat we in eerste instantie niet eens het restaurant kunnen vinden. Uiteindelijk vinden we het op de derde etage weggestopt in een hoek. Na een uitermate vieze kop Vietnameze koffie kunnen we Bouke opwachten bij de uitgang en gaan we met de minibus terug naar de stad. Ingecheckt in het hotel, thee drinken op het balkon, bijpraten en de meegebrachte kadootjes uit Holland uitpakken. Heerlijk om weer eens een Nederlandse krant en bladen te lezen.

WANDELTOCHT DOOR BINNENSTAD HANOI

Kaartlezen in HanoiDe beste manier om Hanoi te verkennen is te voet. We volgen een wandeltocht uit de Lonely Planet reisgids waar je door allerlei ambachtstraten loopt. De Vietnameze straatnaam geeft aan wat die ambacht is (geweest): koper, tin, hout, bamboe, kruiden, instrumenten, zijde, leer etc. In de koperstraat kopen we een gong en in de zijdestraat vergaap ik me aan de mooie zijden jasjes die je hier op maat kunt laten maken voor weinig geld. Bouke heeft een boekje over Vietnam bij zich van Dolf de Vries, voormalig acteur van voornamelijk doktersrollen (Medisch Centrum West, Onderweg naar Morgen). Hij schijnt zijn beroep aan de wilgen te hebben gehangen en schrijft nu reisboeken met titels als "Vietnam in een rugzak". In dit boekje beschrijft hij een bezoek aan een Railway restaurant, waar Bouke ook graag naar toe wil. Gelukkig makkelijk te vinden, dankzij de handige adressenlijst achterin het boek. Zou hij er commissie voor krijgen ?!? Het restaurant stelt weinig voor, elk half uur wordt het gesprek onmogelijk gemaakt door de (inderdaad vlak naast het huis) voorbij razende treinen. Grappig is wel dat je door de keuken het restaurant binnenkomt. We waren de enige gasten (later kwam een groep Russen binnen), naast ons een tafel met dikke boeken erop waar twee meisjes de boekhouding aan het doen waren. In de andere hoek zat de zoon des huizes televisie te kijken. Alsof je in iemands huiskamer zit. 's Avonds bezoeken we een voorstelling van poppen op het water, een kunstvorm die is ontstaan in de waterrijke rijstvelden (sawa's). Tijdens de voorstelling worden diverse scenes uit het dagelijks leven op de rijstvelden uitgebeeld. Erg goed uitgevoerd en vermakelijk om te zien.

OME HO

We brengen een bezoek aan voormalig president van Noord-Vietnam, Ho Chi Minh, die in een enorm mausoleum ligt midden in Hanoi. Ome Ho, zoals hij bij de Vietnamezen bekend staat, heeft in zijn testament aangegeven gecremeerd te willen worden. Maar daar hebben ze destijds (1969) lak aan gehad. We lopen stevig door (zijn een beetje laat) maar worden verwezen naar een kantoortje waar we onze rugzakken en camera's moeten afgeven. Erg grondig zijn ze niet, want eenmaal in het mausoleum laat Bouke zijn camera zien die nog gewoon in zijn jaszak zit. Daarna mogen we nog steeds niet naar binnen: we moeten bij een groepje gaan staan, even later mogen we lopen en passeren we een metaaldetector. Helaas, Jan Kees heeft zijn zakmes aan zijn broek hangen en moet terugrennen naar het kantoortje om dat alsnog af te geven. Net als bij Mao worden we in rijen van 2 opgesteld en binnengemarcheerd. Naast de kist staan 4 militairen in de houding. Ho zag er redelijk uit, minder geel dan Mao. Maar het voelt wel een beetje als Madame Tussaud. We lezen in de gids dat hij elk jaar 3 maanden voor een opknapbeurt naar Rusland gaat.

eten met stokjesAchter het mausoleum is het presidentieel paleis te zien (overblijfsel uit de koloniale tijd) en twee huizen waar Ho Chi Minh gewoond en gewerkt heeft. Op hetzelfde terrein is het Ho Chi Minh Museum, maar dat was helaas al dicht toen we aankwamen. Dan maar naar de waterkant, Hanoi heeft een aantal meren die wel de moeite waard zijn. Soep gegeten in een visrestaurant waar een groep Vietnamezen rumoerig dronken zat te wezen. 's Avonds hebben we Bouke ingewijd in het eten met stokjes bij ons restaurant met Thaise barbecue.

HALONG BAY - CAT BA EILAND

Halong BayCat Ba is een van de duizenden eilanden in Halong Bay, gelegen voor de kust van Vietnam in de Golf van Tonkin. De eilandjes liggen verstrooid in het water en lijken erg op het Karstgebergte in Zuid China. Een brakke minibus en een nog brakkere boot brengen ons in 5 uur van Hanoi naar Cat Ba. Het is heerlijk om het drukke Hanoi te ontsnappen, hier is geen lawaai van te veel brommertjes en mensen. Aan de kade worden we belaagd door hotelmannetjes, het is laagseizoen en geen lekker weer dus weinig toeristen. De prijzen lopen terug tot 3 dollar voor een prachtige kamer voorzien van glaswand met uitzicht op het water.

We boeken een toer door Cat Ba National Park onder leiding van een lokale gids. 's Morgens worden we elk achterop een motor gezet om de 15 kilometer naar het park af te leggen. Na een half uurtje komen we er weer af, met kramp van de onwennigheid en een natte broek van de regen. Onze gids heet Quan Khai en is 43 jaar. Hij is overtuigd christen, zo vernemen we al bij de eerste stop. Ook vertelt hij dat hij bootvluchteling was, in 1989 in een klein bootje met 20 personen naar Hong Kong. Daar heeft hij 6 jaar in een kamp gezeten (wel goed eten, meldt hij erbij) en is daarna teruggekeerd naar het eiland. Hij is "sad" vanwege de grote hoeveelheid "zonde" die in Cat Ba heerst deze dagen. Het is niet duidelijk waar die zonde precies uit bestaat, maar we vermoeden de toenemende commercialiteit en bijbehorende oplichterspraktijken. Daar blijkt hij zelf ook niet vies van, blijkt later tijdens de tocht. Maar eerst maken we een moeizame tocht door het park, veel op en neer klauteren over stenen omgeven door een dicht woud.
ballon succesWe lunchen in een dorpje bij de oom van de gids (zo blijft het in de familie), waar we een klein kindje blij maken met een oranje ballon, compleet met kroontje erop. Dit valt zeer goed in de smaak. Het dorp is zeer traditioneel met lemen hutjes en bij elk huisje een waterput. Dit zal ongetwijfeld in de toekomst veranderen want ze zijn bezig een verharde weg te maken van het dorp naar de baai, zodat boten ook bij laag water kunnen aanleggen. Omgekeerd kunnen dus ook goederen en toeristen makkelijker in het dorp komen, waardoor hun leven snel zal veranderen. Vooralsnog moeten we half over de stenen, half door de modder lopen om het klaarliggende bootje te bereiken die ons terug zal brengen naar Cat Ba. Deze boot blijkt bestuurd te worden door de zoon van de gids ...
twee aapjesOnderweg bezoeken we een eiland met (tamme) apen, waar we niet, zoals de gids aan ons voorstelde, 10.000 dong p.p. aan hem betalen maar slechts 7.000 dong (1 gulden/?? euro) rechtstreeks aan de parkwachter. Dat valt ons wat tegen van onze christelijke broeder. Teruggekomen wassen we de modder van onszelf en van kleren en schoenen en gaan 's avonds vis eten in ons hotel. Spotgoedkoop, oesters voor 5 gulden en een krab voor 4,50. Bouke zit nog steeds te hannessen met de stokjes, gelukkig mag je krab met je handen eten.

BOOTTOCHT DOOR HALONG BAY

op de bootWe gaan per toeristenboot door Halong Bay terug naar Hanoi. Weer vroeg uit de veren want de boot vertrekt om 8 uur. We "cruisen" door de vele eilandjes, dik ingepakt gezeten op het dek van de heerlijk rustig varende boot. Op het eind van de tocht komt er zelfs een bleek zonnetje door het wolkendek. We hadden alleen de boot geregeld, dus werden we voortdurend aangesproken door de gidsen om ook de toeristenbus naar Hanoi te nemen, dat kon geregeld worden voor 3 dollar extra. Dat vonden we te duur, dus namen we zelf een lokale bus naar Hanoi. In de bus werd een show opgevoerd door de bijrijder over (uiteraard) geld. We hadden 30.000 dong (2 dollar) afgesproken maar eenmaal in de bus wilde hij 40.000 p.p. hebben en ook nog eens 40.000 voor de tassen, die op de achterbank 2 plaatsen in beslag namen. Dat weigerden we, dat had hij maar meteen moeten zeggen. Daarop dreigde hij ons uit de bus te zetten (de chauffeur nam echt even gas terug), waar wij zeer laconiek op reageerden want er reden heel veel busjes op dat traject. Toen konden de onderhandelingen beginnen. De hele bus genoot mee, onder luid gelach maakten we het rond op 100.000 dong voor 3 personen en tassen.

NINH BINH

De enige manier om snel en comfortabel naar de omgeving van Ninh Binh te komen (een toeristisch gebied 100 kilometer ten Zuiden van Hanoi), is met een bus vol dagjestoeristen. Onderweg wordt er gestopt om koffie te drinken, maar stiekem bedoeld om ons souvenirs aan te smeren die op lange tafels liggen uitgestald. Voordat we in Ninh Binh stoppen bezoeken we twee tempels die gewijd zijn aan koningen uit een grijs verleden. Op zichzelf aardig om te zien, andere bouwstijl dan we tot nog toe gezien hebben in Nepal en China. Daarna bleek dat ze eigenlijk de toeristische route wilden volgen naar de tweede attractie van de dag, Tam Coc. En of we het erg vonden dat de bus ons dan pas daarna om 4 uur zou afzetten in Ninh Binh. Beetje jammer dat ze zulke dingen niet gewoon van te voren vertellen. Maar goed, we wilden toch al naar Tam Coc dus dan maar met de groep mee. Tam Coc wordt aangeprezen als Halong Bay tussen de rijstvelden, waar grote rotsformaties tussen de rijst opduiken. Je kunt er met een bootje op de Ngo Dong rivier doorheen varen, waarbij je zelf door een aantal grotten heenvaart. Daar gingen we, 2 man in een bootje, in een enorme karavaan want het is een toeristenattractie van jewelste.
onderhandelen"Toeristtrap", staat dan zo mooi in de reisgids. Daar waar je als toerist in de val wordt gelokt. En dat bleek ook het geval: op de heenweg konden we genieten van de mooie omgeving, op de terugweg werden we lastiggevallen door snackverkopende bootjes en zelfs je eigen boot peddelaar probeerde haar borduurwerk aan je te slijten. In elk bootje zag je toeristen of omringd door tafelkleden of stug voor zich uitkijkend om vooral de verkopers te negeren. Het leek wel een tafelkleedjes-maffia! Bij het uitstappen werd vervolgens een fooi geeist door de peddelaar, al hadden we van te voren al een gigantische entreeprijs betaald. Dus niet!

PHAT DIEM

op de brommerBussen zijn ook niet alles, hebben we gisteren gemerkt. We willen graag ons eigen tempo kunnen bepalen en wat meer van de omgeving zien, dus huren we brommers van het hotel. We vragen er een helm bij, wat hier in Vietnam nauwelijks wordt gedragen. Wij voelen ons er wel veiliger door. Dat "veilige gevoel" wordt echter te niet gedaan door het feit dat ik geen achteruitkijkspiegels heb. De eigenaar vond dat blijkbaar onnodige luxe. Achterom kijken doet hier ook niemand, een ander moet maar oppassen dat ie niet tegen je aanrijdt. Vrolijk toeterend voegen wij ons in het drukke Vietnameze verkeer. Via binnendoorweggetjes bereiken we onze bestemming, de kathedraal in Phat Diem. Onderweg passeren we een marktje, waar Jan Kees een betelnoot proeft bij een oud vrouwtje met, voor zover ik kan zien, nog maar 1 tand in de mond die ook nog eens pikzwart is. Geen goede reclame voor haar produkt... De stukjes betelnoot worden gemengd met limoen en in een blad gepakt. Daar kauw je dan op en na veelvuldig gebruik (zoals het oude vrouwtje) verkleuren je tanden van roodbruin naar zwart. Een enorme menigte verzamelde zich om ons heen en moest hard lachen toen Jan Kees de bittere noot proefde, vieze gezichten trok en het achter een struikje uitspuugde. De architectuur van de kathedraal bestaat uit een mengelmoes van katholiek en Vietnamees/boedhistische bouwstijlen. Helaas was de kerk niet open. Terug reden we via een andere route, waar we onder meer stopten bij een oorlogsgraf met tientallen kruizen en graven van strijders uit de Franse en Amerikaanse Oorlog. We spraken een familie die bij het graf van hun vader stond en daar wierook brandde. Hij was gestorven aan het front in Zuid-Vietnam in 1968. Even verder rijden we langs een gewone begraafplaats, die in Vietnam gewoon tussen de rijstvelden in ligt. Vlak langs een graf is een man met os bezig om een veldje te ploegen. Geen hek eromheen, geen nette paden, zomaar midden in het veld.

JEEPTOCHT DOOR NOORD-VIETNAM

We hebben een jeep toer geboekt van 6 dagen, waarbij we een rondje Noord Vietnam doen in een Russische (!) jeep. De eerste dag begint slecht: zowel Bouke als wij verslapen ons en moeten heel haastig douchen en aankleden om om 7 uur 's morgens te vertrekken. De nog jonge chauffeur, Dung (spreek uit als Zoem) spreekt tot onze verbazing redelijk Engels. De jeep blijkt niet russisch maar van Vietnameze makelij, met onderdelen uit Korea. Maar of dat betrouwbaarder is weten we niet. Het regent als we Hanoi uitrijden. Na een lange dag in de jeep op soms zeer slechte wegen (en deze dag zou de weg nog goed zijn, dat belooft wat voor de rest van de tocht!) komen we laat aan in Bac Ha, de eerste overnachtingsplaats. Het hotel dat de chauffeur voor ons kiest vinden we te duur, bij de buren kunnen we ongeveer voor de helft een kamer krijgen. Het is koud en regenachtig in Bac Ha, de straten zijn getransformeerd in blubberbanen zodat we een spoor van modder achterlaten in restaurant en hotel. De volgende dag begint met een bezoek aan een markt in Can Cau, dicht tegen de Chineze grens. De weg loopt sterk omhoog de bergen in en ook hier is het weer mistig en koud. De markt wordt druk bezocht door de inwoners van de vele bergdorpjes en waar je ook kijkt zie je de kleurige kleding van deze bergvolken, de Flower Hmong. Nog niet aangetast door massatoerisme giechelen de jonge meisjes hulpeloos als Jan Kees in zijn beste Vietnamees (?!?!) een tas wil aanschaffen, met als resultaat dat het meisje haar eigen tasje afstaat en aan ons verkoopt. Ook hier is het weer glibberen en glijden, want de marktkraampjes staan op een heuvel in de modder. De grootste drukte vormt zich in een hoek van de markt, waar jerrycans vol worden getankt met de lokale specialiteit, eigengestookte rijstwijn. Wij kopen ook een halve liter (je moet zelf een lege fles verschaffen), het blijkt ongelooflijk sterk spul. Na de markt rijden we door naar Sapa, waar het ook weer koud is en heel mistig. We hebben tijd om ook de markt daar nog even te bekijken, maar dat is veel toeristischer en minder origineel. De verkopers (ook hier weer in traditionele dracht) zijn veel aggresiever: bij het vertonen van enige belangstelling voor een kussenhoes word ik in een hoek gedreven tot ik het ding uiteindelijk maar koop om van de dames af te zijn. Ongelooflijk hoe snel het weer kan omslaan in de bergen. We rijden Sapa uit met dichte mist en zodra we de Tram Ton pas oversteken (de scheidslijn tussen twee weerfronten) zie we slechts mistflarden in het dal en en zowaar een zonnetje. De route is prachtig, alhoewel de weg steeds slechter wordt zodat we heen en weer slingeren in de jeep. We passeren bergtoppen, slaperige dorpjes waar de honden midden op de weg liggen te slapen en aan de kant maiskorrels liggen te drogen op stukken zeil. We rijden stapvoets dwars door een zondagsmarkt in een dorpje, waar links en rechts van ons minderheden in fel gekleurde kleding hun inkopen doen. In Binh Lu mogen we even uit de auto, waar een marktje is met mensen die alweer anders gekleed gaan. Hier hebben ze de meest extravagante hoofddeksels op, eentje lijkt zelfs wel een koplamp! Je kunt merken dat er niet zo vaak auto's langskomen op deze route, overal langs de weg wordt druk geschreeuwd en gezwaaid door kinderen. Op de momenten dat we ergens stoppen staat er in een mum van tijd een hele horde kinderen en mensen om ons heen. Jan Kees maakt goede sier met de digitale camera, door foto's van ze te nemen en dan dichtbij te lokken om te kijken naar zichzelf op het schermpje. Dat blijft leuk, kinderen zijn ontzettend nieuwsgierig.

VOORBEREIDINGEN VOOR TET FESTIVAL

Onderweg merken we steeds meer dat het Tet Festival er aan staat te komen, het Nieuwe Jaar van Vietnam dat dit keer op 13 februari begint en drie dagen duurt. In die periode is bijna iedereen vrij, behalve onze chauffeur, zo vertelt hij meermaals tijdens de tocht. We zien regelmatig trucks, auto's en brommers voorbij rijden met een bloeiende tak achterop. Elk huis wordt versierd met een bloeiende tak of boom, net als bij ons de kerstboom tijdens Kerst. Ook onze chauffeur moet er een aanschaffen, hij heeft telefonisch opdracht gekregen van zijn vrouw uit Hanoi. Net als in Nederland zijn ook hier de bomen goedkoper in het buitengebied dan in de stad ! Na veel kiezen en keuren koopt hij maar liefst twee bloesemtakken, die op het dak van de auto worden gebonden. De volgende dag komt daar nog een vracht van 14 kilo levende kippen bij, die op de bumper kleven in een rieten mand. Wij zijn allang blij dat wij ze niet vast hoeven te houden op de achterbank. Op onze vraag waarom hij zoveel koopt, legt hij uit dat het voor de hele familie is. De laatste nacht slapen we in een paalwoning in Mai Chau, bij een familie van 4 generaties (wat wij dachten dat een tienermeisje was, blijkt een vrouw van 25 met een zoon van 5 en een werkschuwe vent, en haar grootouders wonen bij haar in. Zij runt het guesthouse en restaurant). In het woongedeelte worden muskietennetten opgehangen en de grootvader spant netjes een laken tussen onze slaapmatten en die van Bouke. Zelf slapen ze ook op de grond in de kamer. De volgende ochtend wordt de zoon van 5 naar school gebracht met het papieren hoedje op zijn hoofd dat Bouke gisteravond voor hem gevouwen heeft van een bladzij uit Hervormd Nederland. Ook de oranje Maxima-ballon (meegebracht uit NL) viel zeer bij hem in de smaak. Vandaag rijden we terug naar Hanoi, na een laatste tussenstop bij een dorpje waar we de weg kwijt raken tijdens een wandeling en onder de moddervlekken uiteindelijk weer in de auto stappen. We checken weer in hetzelfde hotel in dezelfde kamers (blijft er nooit es iemand anders slapen ?) en genieten van een lekkere warme douche en lekker eten.

AFSCHEID VADER JAN KEES

De laatste dag met Bouke besteden we aan het shoppen van souvenirs en bezoeken we tussendoor nog een tempel van de Literatuur. Van Chineze origine, dus voor ons bekend terrein. We nemen afscheid van een zwaar bepakte pappa: we hebben hem een tas vol met spullen en souvenirs meegegeven, maar tijdens het inchecken blijkt hij al bijna aan de maximum van 20 kilo te zitten. We zijn benieuwd of alles meekomt naar Nederland!

HOI AN

Vanuit Hanoi gaan we snel door naar Hoi An, een toeristisch plaatsje aan de kust van Vietnam. We hebben Hanoi inmiddels wel gezien en zijn het slechte weer (vooral de kou) behoorlijk zat. De dag van vertrek regent het alweer, dus onze beslissing is goed. In Hoi An brengen we lekker veel tijd door aan het strand, hangend in een strandstoel waar je in mag zitten als je iets besteld bij het kioskje. In de oude binnenstad is een Franse straat met oude koloniale gebouwen. Een van de gebouwen in open voor publiek, de eigenaar woont er met zijn gezin en spreekt nog vloeiend Frans. Op de bovenverdieping is een altaar ingericht voor de grootvader die anderhalf jaar geleden overleden is. Op het altaar staan tussen allerlei lekkernijen en drank zijn bril en zijn paspoort, zodat hij terug kan komen om zijn familie te bezoeken. Op een spijker aan de muur hangt zijn hoed, naast zeker 20 vlaggen en rouwkransen die door vrienden en familie zijn gegeven en die 3 jaar lang bewaard blijven. Zijn kleinzoon leidt ons rond en vertelt dat de overleden opa voor de Zuid Vietnameze regering heeft gewerkt en in 1975 na de overwinning van de communisten uit Noord Vietnam, 10 jaar gevangen heeft gezeten. Na zijn vrijlating is hij naar Amerika vertrokken met 2 zonen, maar in 1995 teruggekomen is naar Vietnam om er te sterven. We trekken een dag uit op de gehuurde brommer naar de Marmeren Bergen, een verzameling van grotten, tempels en uitzichtpunten op een berg die, zoals de naam al doet vermoeden, geheel bestaat uit marmer. Ook maken we een toer naar My Son, een intellectueel en religieus centrum uit de Cham periode (2e t/m 15e eeuw). De planten hebben de ruines voor een groot deel overwoekert, zodat niet alles meer goed te zien is. Verder hebben de Amerikanen hier nogal huisgehouden tijdens de oorlog, zodat er van sommige tempels alleen een hoopje stenen is overgebleven. Hier bleek de digitale camera zijn laatste adem te hebben geblazen, blijkbaar toch een keertje te vaak laten vallen. Helaas, vanaf nu geen mooie foto's meer om de verhalen op de website te begeleiden...

TET FESTIVAL

Op de avond voor Tet is het enorm druk op de straten van Hoi An en gaan alle winkels vroeg dicht: de vakantie kan beginnen ! Later op de avond klinkt in de straten van de oude stad een kabaal van tromgeroffel en bekkens. Volgens traditie is er een optocht onderweg van een mythische draak, gevormd door kinderen gekleed in fel gekleurde outfits onder een drakenkop. Deze draak gaat rond om geld te vragen aan winkels. Er worden roodgekleurde enveloppen uitgedeeld, die de volgende avond in een zelfde optocht weer worden opgehaald. Het geven van geld aan de draak (of eenhoorn) geeft geluk voor het nieuwe jaar. Ondertussen is de acrobatiek van de draak (ze klimmen op elkaars schouders en maken er een spektakel van) vermakelijk voor het publiek, bestaande uit Vietnamezen en toeristen.

NIEUWJAARSDAG

"Chuc Mung Nam Moi", hoor je overal deze morgen. Oftewel Gelukkig Nieuwjaar. De ober die ons bediend tijdens het ontbijt ziet er moe uit. Hij heeft weinig geslapen na alle festiviteiten van gisteravond, geeft hij prompt toe. Brood is er niet vandaag, alle winkels zijn dicht. Dan maar een pancake. Vervolgens vergeet hij onze bestelling zodat we bananenshake krijgen in plaats van een fruitsalade. Maar dat geeft niet, eigenlijk voelen we ons beschaamd dat we deze mensen voor ons laten werken tijdens de belangrijkste vakantie van het jaar. 's Avonds bezoeken we de kermis voor vakantievierende Vietnamezen. In het midden van het centrum van Hoi An is een terrein afgezet waar elke avond iets te doen is. We waren nieuwsgierig geworden en lopen op het drukbezette terrein, stampvol Vietnamezen en een doodenkele toerist. Het is een mengsel van tentoonstellingen van tekeningen, houtsculpturen, foto's etc., karate/judo wedstrijden met jury, een goochelaar die later op de avond verandert in een bingomaster en een heuse, ouderwetse kermis met attracties als ballen gooien, visje vangen en een marmotrace.

KLEDING OP MAAT ?!?

In Hoi An kun je goedkoop kleding laten maken en we kunnen de verleiding niet weerstaan. Jan Kees bestelt een driedelig pak, een overjas en drie zijden overhemden (voor als ie weer aan het werk moet!). Vier dagen later komen we op het afgesproken tijdstip terug, zeer benieuwd hoe het eruit ziet. Helaas, het is nog niet klaar. Of we om 6 uur 's avonds maar weer terug willen komen. Nee, dat willen we niet, de volgende dag vertrekken we en als er iets aangepast moet worden, gaat het niet meer lukken om de boel te versturen naar Nederland. Na veel heen en weer gepraat wordt het dan anderhalf uur later. Dan blijkt tijdens het passen dat het jasje te slobberig is, de broek te krap en alle overhemden een maat te groot in schouders en mouwen. Niet het beloofde maatwerk dus. Na enig aandringen ("I think is oke") wil ze het dan wel vermaken. 's Avonds komen we weer terug. De jas en broek is goed, maar de overhemden blijven te groot. Voor 15 dollar per overhemd niet acceptabel. De vrouw is het daar niet mee eens en beschuldigt Jan Kees van "moeilijk doen". Jan Kees besluit daarop maar 1 overhemd mee te nemen van de 3, de rest was toch nog niet betaald. In plaats van toe te geven dat ze verkeerd gemeten heeft, geeft ze de schuld aan de klant. Dat is wel heel slechte service! Dat het niet alleen aan deze zaak ligt, blijkt als een bloesje dat ik 's middags heb besteld na 3 keer passen en vermaken nog steeds ongelijke mouwen heeft. Ook dat wordt een lijdensweg. Uiteindelijk ben ik achterop de brommer naar het naaiatelier gebracht waar ze het echte werk doen. Ergens achteraf in een steegje gevestigd, in een soort schuurtje met 5 ouderwetse naaimachines op tafels. De cheffin zag meteen wat het probleem was toen ik het bloesje nogmaals aantrok en in 5 minuten was het verholpen.

NEDERLANDS KOKEN

De vrouw van de fietsen en brommerverhuur, Huong, nodigt ons uit om bij haar te komen ontbijten en lunchen. We snappen eerst niet waarom, maar zijn blijkbaar weer eens te achterdochtig want ze vindt het gewoon leuk om mensen te ontmoeten en voor ze te koken. Het is allemaal erg lekker en gezellig, want het is heel vrijblijvend en iedereen loopt in en uit in de woonkamer, die direct aan de straatkant grenst. Om iets terug te doen en omdat we al zo lang in restaurants eten, gaan we Nederlands voor haar en haar familie koken. We doen boodschappen op de markt, wat een uur duurt omdat we de prijzen niet kennen en overal moeten afdingen. We maken bloemkool, appelmoes, stoofpot met vlees, aardappelen, wortel, ui, tomaat etc. en sla met ei, tomaat en komkommer. Echt Nederlands dus en je kunt het hier allemaal op de markt krijgen! Maar we eten wel met stokjes, want bestek heeft Huong niet... Het eten is geen onverdeeld succes: de stoofpot vonden ze wel redelijk, de appelmoes werd alleen gewaardeerd door de zoon. We hadden ook blikjes Heineken bier op de kop getikt, en dat werd aan iedereen geschonken: op een gegeven moment zagen we een buurmeisje van rond de 6 jaar met een van de blikjes in de handen, tot onze grote hilariteit! Huong vond het bier niet lekker (te bitter) maar haar 12-jarige dochter wel: ze kreeg het overgebleven blikje om de volgende dag op te drinken. Blijkbaar is het hier gewoon dat kinderen bier drinken ?!? Het was wel erg gezellig en we hebben zelf heerlijk gegeten van ons Nederlandse maal.

HUE

In Hue treffen we Bouke weer, die bezig is met een toer door Indochina. We eten met hem in een restaurant gerund door doofstommen, waar ze de meest fantastische flesopener hebben die we ooit gezien hebben (gewoon een plankje met een schroef erdoor). Die krijgen we als souvenir mee. De volgende dag ontmoeten we de Baobab groep, want we kunnen mee op een dagtripje naar een pagoda en twee graftombes van voormalige keizers. Dat lijkt ons wel eens leuk, zo'n Nederlands groeps uitje. De lokale gids, die verplicht meemoet op dit soort groepsreizen, spreekt allerberoerdst engels, zodat niemand zijn uitleg kan volgen. De Nederlandse reisleidster vertaalt voor ons. Bij de graftombes houdt hij een verhaal over "Muslims", waarmee hij Mausoleum bedoelt maar niemand begrijpt het. Als eindelijk iemand vertwijfelt uitroept wat hij toch bedoeld met muslim en duidelijk wordt dat het mausoleum is, klinkt er een zucht van opluchting door de bus. De tombes zijn groots opgezet en indrukwekkend, vooral de tweede tombe van keizer Khai Dinh, prachtig gedecoreerd met mozaiek van stukjes glas en porcelein. 's Middags gaan we met zijn drieen naar de Citadel, waar het voormalig keizerlijk paleis heeft gestaan (ook al verwoest in de Amerikaanse oorlog, tijdens het Tet offensief). Eigenlijk is het vooral een groot grasveld, met hier en daar een bordje waarop staat wat er vroeger gestaan heeft.

DMZ-TOER

Als je aan Vietnam denkt, komt de oorlog met Amerika vrij snel in je gedachten. Daar hebben we tot nu toe niet veel van gemerkt, maar er zijn in heel Vietnam nog wel overblijfselen van die oorlog, naast uiteraard musea over die periode. Vandaar dat we een toer boeken om de Gedemilitairiseerde Zone te bekijken, het gebied waar de scheidslijn is gemaakt tussen Noord en Zuid Vietnam. De tocht voert via Rockpile, een berg waar een US marine uitkijkpost gevestigd was, naar Khe Sanh combat base, waar zwaar gevochten is. De hele omgeving is hevig gebombardeerd door de Amerikanen, die een aanval van de Noord-Vietnamezen op de basis verwachtte. De omgeving van de basis is nog steeds heel kaal, langzamerhand (na ruim 30 jaar !!) begint de begroeiing weer terug te komen. Daarna gingen we naar Vinh Moc, wat ons betreft het hoogtepunt van de trip. In dit plaatsje aan de kust van Vietnam hebben de bewoners een ondergronds tunnelcomplex gegraven van 2,8 kilometer lang, varierend van 12 tot 23 meter diep onder de grond. 700 mensen hebben hier vier jaar lang gewoond, in die tijd zijn er 17 kinderen geboren in een hospitaal van 2 bij 2 meter. De tunnels zijn ongeveer 1,5 meter hoog, dus we kunnen er gebukt in lopen. Helaas worden we er in veel te korte tijd doorheen gejaagd, bijna geen tijd om tot je door te laten dringen hoe het moet zijn geweest in 1966. Het ruikt er muf en het is nat op het diepste niveau, waar je op het strand uitkomt. Aan de lange gangen liggen "kamertjes" van 1 bij 2 meter, waar de gezinnen woonden. Onvoorstelbaar. Tot zover Vietnam, op 23 februari zijn we overgestoken naar Laos. Meer daarover in het volgende reisverslag.